2.4.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 103/9
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 17 februari 2011 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Cour d’appel de Rouen — Frankrijk) — Marc Berel e.a./Administration des douanes de Rouen, Receveur principal des douanes du Havre, Administration des douanes du Havre
(Zaak C-78/10) (1)
(Communautair douanewetboek - Artikelen 213, 233 en 239 - Verplichting tot hoofdelijke aansprakelijkheid van meerdere schuldenaren voor eenzelfde douaneschuld - Kwijtschelding van rechten bij invoer - Tenietgaan van douaneschuld - Mogelijkheid voor hoofdelijk aansprakelijke medeschuldenaar om zich te beroepen op aan andere medeschuldenaar verleende kwijtschelding - Geen)
2011/C 103/14
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Cour d'appel de Rouen
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Marc Berel, in zijn hoedanigheid van lasthebber van de vennootschap Port Angot Développement, Emmanuel Hess, in zijn hoedanigheid van gerechtelijk bewindvoerder van de vennootschap Port Angot Développement, Rijn Schelde Mondia France SA, Receveur principal des douanes de Rouen Port, Administration des douanes — Havre Port, Société Port Angot Développement, rechtsopvolger van Manutention de Produits Chimiques et Miniers Maprochim SAS, Asia Pulp & Paper France EURL
Verwerende partijen: Administration des douanes de Rouen, Receveur principal des douanes du Havre, Administration des douanes du Havre
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Cour d’appel de Rouen — Uitlegging van de artikelen 213, 233 en 239 van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 302, blz. 1) — Kwijtschelding van invoerrechten — Mogelijkheid voor medeschuldenaar om zich te beroepen op de hoofdelijkheid van de douaneverplichtingen teneinde voor zichzelf aanspraak te maken op een eerder aan een medeschuldenaar verleende kwijtschelding van invoerrechten
Dictum
De artikelen 213, 233 en 239 van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 82/97 van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 1996, moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich ertegen verzetten dat, in de context van een verplichting tot hoofdelijke aansprakelijkheid voor een douaneschuld op grond van dat artikel 213, zoals die welke aan de orde is in het hoofdgeding, een nationaalrechtelijk beginsel wordt toegepast op grond waarvan de gedeeltelijke kwijtschelding van rechten krachtens voornoemd artikel 239 die is verleend aan een van de medeschuldenaren, kan worden ingeroepen door alle andere medeschuldenaren, zodat het tenietgaan van de douaneschuld op grond van artikel 233, eerste alinea, sub b, van datzelfde wetboek de schuld als zodanig betreft en derhalve alle hoofdelijke medeschuldenaren ten belope van het bedrag van de verleende kwijtschelding ontslaat van de betaling van die schuld.
(1) PB C 113 van 1.5.2010.
Full & Egal Universal Law Academy