17.12.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 370/12
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 27 oktober 2011 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesfinanzhof — Duitsland) — Finanzamt Essen-NordOst/GFKL Financial Services AG
(Zaak C-93/10) (1)
(Zesde btw-richtlijn - Artikelen 2, punt 1, en 4 - Werkingssfeer - Begrippen „diensten onder bezwarende titel” en „economische activiteit” - Verkoop van onvoldane schuldvorderingen - Verkoopprijs lager dan nominale waarde van die schuldvorderingen - Inning van die vorderingen en risico dat schuldenaren in gebreke blijven overgenomen door koper)
2011/C 370/17
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Bundesfinanzhof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Finanzamt Essen-NordOst
Verwerende partij: GFKL Financial Services AG
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Bundesfinanzhof — Uitlegging van de artikelen 2, punt 1, 4, 11, A, lid 1, sub a, en 13, B, sub d, punten 2 en 3, van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag (PB L 145, blz. 1) — Begrippen diensten onder bezwarende titel en economische activiteit — Factoring — Koop van onvoldane schuldvorderingen voor een op basis van het geschatte debiteurenrisico berekende prijs — Overname van inning van schuldvorderingen en debiteurenrisico door factor
Dictum
De artikelen 2, punt 1, en 4 van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag, moeten aldus worden uitgelegd dat een marktdeelnemer die voor eigen risico onvoldane schuldvorderingen koopt voor een prijs beneden de nominale waarde, geen dienst onder bezwarende titel verricht in de zin van voormeld artikel 2, punt 1, en geen onder de werkingssfeer van die richtlijn vallende economische activiteit verricht wanneer het verschil tussen de nominale waarde van die schuldvorderingen en de koopprijs ervan de daadwerkelijke economische waarde van de schuldvorderingen op het moment van overdracht weerspiegelt.
(1) PB C 134 van 22.5.2010.
Full & Egal Universal Law Academy