10.9.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 269/12
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 7 juli 2011 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Oberste Berufungs- und Disziplinarkommission — Oostenrijk) — Gentcho Pavlov, Gregor Famira/Ausschuss der Rechtsanwaltskammer Wien
(Zaak C-101/10) (1)
(Buitenlandse betrekkingen - Associatie-overeenkomsten - Nationale regeling die vóór toetreding van Republiek Bulgarije tot Europese Unie Bulgaarse staatsburgers uitsluit van inschrijving op lijst van advocaten-stagiairs - Verenigbaarheid van dergelijke regeling met in associatie-overeenkomst EG-Bulgarije neergelegd verbod van discriminatie op grond van nationaliteit wat betreft arbeidsvoorwaarden)
2011/C 269/18
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Oberste Berufungs- und Disziplinarkommission
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Gentcho Pavlov, Gregor Famira
Verwerende partij: Ausschuss der Rechtsanwaltskammer Wien
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Oberste Berufungs- und Disziplinarkommission — Uitlegging van artikel 38, lid 1, van de Europa-Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Bulgarije, anderzijds (PB L 358 van 31.12.94, blz. 3) — Verbod van discriminatie op grond van nationaliteit wat betreft de arbeidsvoorwaarden — Verenigbaarheid met dit artikel van een nationale regeling die Bulgaarse staatsburgers vóór de toetreding van Bulgarije tot de Europese Unie uitsluit van de inschrijving op de lijst van advocaten-stagiairs — Rechtstreekse werking van deze bepaling
Dictum
Het beginsel van non-discriminatie in artikel 38, lid 1, eerste streepje, van de Europa-Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Bulgarije, anderzijds, die namens de Gemeenschap is gesloten en goedgekeurd bij besluit 94/908/EG, EGKS, Euratom van de Raad en van de Commissie van 19 december 1994, moet aldus worden uitgelegd, dat het voor de toetreding van de Bulgaarse Republiek tot de Europese Unie niet in de weg stond aan een regeling van een lidstaat zoals die van § 30, leden 1 en 5, van de Österreichische Rechtsanwaltsordnung (Oostenrijks reglement betreffende het beroep van advocaat) in de op het hoofdgeding toepasselijke versie, op grond waarvan een Bulgaars staatsburger ingevolge een door deze regeling opgelegde nationaliteitsvoorwaarde niet kon worden ingeschreven op de lijst van advocaten-stagiairs, en bijgevolg geen attest betreffende de vertegenwoordigingsbevoegdheid (große Legitimationsurkunde) kon krijgen.
(1) PB C 134 van 22.5.2010.
Full & Egal Universal Law Academy