24.11.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 366/8
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 27 september 2012 (verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door het Finanzgericht Düsseldorf — Duitsland, de High Court of Justice (Chancery Division) — Verenigd Koninkrijk, het Tribunal de grande instance de Nanterre — Frankrijk) — Zuckerfabrik Jülich AG/Hauptzollamt Aachen (C-113/10), British Sugar plc/Rural Payments Agency, an Executive Agency of the Department for Environment, Food & Rural Affairs (C-147/10), en Tereos — Union de coopératives agricoles à capital variable/Directeur général des douanes et droits indirects, Receveur principal des douanes et droits indirects de Gennevilliers (C-234/10)
(Gevoegde zaken C-113/10, C-147/10 en C-234/10) (1)
(Gemeenschappelijk landbouwbeleid - Gemeenschappelijke ordening der markten - Producenten van suiker en isoglucose - Berekening van productieheffingen - Geldigheid van berekeningsmethode die rekening houdt met fictieve restitutiebedragen voor zonder restitutie uitgevoerde hoeveelheden suiker - Terugwerkende kracht van regelgeving - Wisselkoers - Toekenning van rente)
2012/C 366/13
Procestaal: Duits, Engels, Frans
Verwijzende rechter
Finanzgericht Düsseldorf, High Court of Justice (Chancery Division), Tribunal de grande instance de Nanterre
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Zuckerfabrik Jülich AG (C-113/10), British Sugar plc (C-147/10), Tereos — Union de coopératives agricoles à capital variable (C-234/10)
Verwerende partijen: Hauptzollamt Aachen (C-113/10), Rural Payments Agency, an Executive Agency of the Department for Environment, Food & Rural Affairs (C-147/10), Directeur général des douanes et droits indirects, Receveur principal des douanes et droits indirects de Gennevilliers (C-234/10)
Voorwerp
(C-113/10)
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Finanzgericht Düsseldorf — Verenigbaarheid met het rechtszekerheids- en het vertrouwensbeginsel van verordening (EG) nr. 1193/2009 van de Commissie van 3 november 2009 houdende rectificatie van de verordeningen (EG) nr. 1762/2003, (EG) nr. 1775/2004, (EG) nr. 1686/2005 en (EG) nr. 164/2007 en houdende vaststelling van de bedragen van de productieheffingen in de sector suiker voor de verkoopseizoenen 2002/2003, 2003/2004, 2004/2005 en 2005/2006 (PB L 321, blz. 1) — Terugwerkende kracht van deze verordening — Berekeningswijze van de bedragen van de productieheffingen
(C-147/10)
Verzoek om een prejudiciële beslissing — High Court of Justice (Chancery Division) — Geldigheid van verordening (EG) nr. 1193/2009 van de Commissie van 3 november 2009 houdende rectificatie van de verordeningen (EG) nr. 1762/2003, (EG) nr. 1775/2004, (EG) nr. 1686/2005 en (EG) nr. 164/2007 en houdende vaststelling van de bedragen van de productieheffingen in de sector suiker voor de verkoopseizoenen 2002/2003, 2003/2004, 2004/2005 en 2005/2006 (PB L 321, blz. 1) — Terugbetaling van op grond van ongeldig verklaarde communautaire verordeningen geheven bedragen — Bepaling van de toe te passen wisselkoers
(C-234/10)
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Tribunal de grande instance de Nanterre –Verenigbaarheid met artikel 15 van verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad van 19 juni 2001 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (PB L 178, blz. 1) van verordening (EG) nr. 1193/2009 van de Commissie van 3 november 2009 houdende rectificatie van de verordeningen (EG) nr. 1762/2003, (EG) nr. 1775/2004, (EG) nr. 1686/2005 en (EG) nr. 164/2007 en houdende vaststelling van de bedragen van de productieheffingen in de sector suiker voor de verkoopseizoenen 2002/2003, 2003/2004, 2004/2005 en 2005/2006 (PB L 321, blz. 1) — Vaststelling van het bedrag van productieheffingen in de suikersector — Berekening van het gemiddelde verlies
Dictum
1)
Verordening (EG) nr. 1193/2009 van de Commissie van 3 november 2009 houdende rectificatie van de verordeningen (EG) nr. 1762/2003, (EG) nr. 1775/2004, (EG) nr. 1686/2005 en (EG) nr. 164/2007 en houdende vaststelling van de bedragen van de productieheffingen in de sector suiker voor de verkoopseizoenen 2002/2003, 2003/2004, 2004/2005 en 2005/2006, is ongeldig wat de andere bepalingen dan artikel 3 ervan betreft, die reeds nietig zijn ten gevolge van de nietigverklaring van artikel 2 van verordening nr. 1686/2005 van de Commissie van 14 oktober 2005 tot vaststelling van de bedragen van de productieheffingen en de coëfficiënt voor de aanvullende heffing in de sector suiker voor het verkoopseizoen 2004/2005, door het Gerecht van de Europese Unie in zijn arrest van 29 september 2011, Polen/Commissie (T-4/06).
2)
Bij ontbreken van Unierechtelijke voorschriften ter zake dient overeenkomstig het nationale recht van de betrokken lidstaat te worden bepaald welke wisselkoers geldt voor de berekening van de vergoeding voor de te veel betaalde productieheffingen in de suikersector.
3)
Justitiabelen die recht hebben op terugbetaling van de bedragen die voor de door een ongeldige verordening vastgestelde productieheffingen in de suikersector ten onrechte zijn betaald, hebben krachtens het Unierecht eveneens recht op betaling van rente daarover. Een nationale rechterlijke instantie kan niet in het kader van haar beoordelingsbevoegdheid weigeren rente toe te kennen over bedragen die een lidstaat op grond van een ongeldige verordening heeft geïnd, met het argument dat deze lidstaat zelf de rente niet kan terugvorderen ten laste van de eigen middelen van de Unie.
(1) PB C 134 van 25 mei 2010.
PB C 148 van 5 juni 2010.
PB C 221 van 14 augustus 2010.
Full & Egal Universal Law Academy