22.10.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 311/10
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 8 september 2011 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Raad van State — België) — European Air Transport SA/Milieucollege van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Brussels Hoofdstedelijk Gewest
(Zaak C-120/10) (1)
(Luchtvervoer - Richtlijn 2002/30/EG - Geluidgerelateerde exploitatiebeperkingen op luchthavens in Gemeenschap - Geluidslimieten die moeten worden gerespecteerd bij vluchten boven stedelijke gebieden die dicht bij luchthaven liggen)
2011/C 311/13
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Raad van State
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: European Air Transport SA
Verwerende partijen: Milieucollege van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Raad van State — Uitlegging van de artikelen 2, sub e, 4, lid 4, en 6, lid 2, van richtlijn 2002/30/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 maart 2002 betreffende de vaststelling van regels en procedures met betrekking tot de invoering van geluidgerelateerde exploitatiebeperkingen op luchthavens in de Gemeenschap (PB L 85, blz. 40) — Geluidslimieten die moeten worden gerespecteerd bij vluchten boven stedelijke gebieden die dicht bij een luchthaven liggen — Begrip „exploitatiebeperking” — Beperkingen die zijn vastgesteld voor vliegtuigen die marginaal conform zijn — Mogelijkheid om dergelijke beperkingen vast te stellen op basis van het op de grond gemeten geluidsniveau — Invloed van het Verdrag inzake internationale burgerluchtvaart (Verdrag van Chicago)
Dictum
Artikel 2, sub e, van richtlijn 2002/30/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 maart 2002 betreffende de vaststelling van regels en procedures met betrekking tot de invoering van geluidgerelateerde exploitatiebeperkingen op luchthavens in de Gemeenschap, moet aldus worden uitgelegd dat een „exploitatiebeperking” een volledig of tijdelijk verbod is dat de toegang van civiele subsonische straalvliegtuigen tot een luchthaven van een lidstaat van de Europese Unie verbiedt. Een nationale milieuregeling die grenswaarden stelt voor geluidsoverlast, gemeten aan de grond, die tijdens vluchten boven gebieden die dicht bij de luchthaven liggen moeten worden gerespecteerd, vormt bijgevolg als zodanig geen „exploitatiebeperking” in de zin van deze bepaling, tenzij zij vanwege de relevante economische, technische en juridische omstandigheden dezelfde werking kan hebben als een toegangsverbod tot de luchthaven.
(1) PB C 148 van 5.6.2010.
Full & Egal Universal Law Academy