28.1.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 25/8
Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 10 november 2011 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Supremo Tribunal Administrativo — Portugal) — FOGGIA-Sociedade Gestora de Participações Sociais SA/Secretário de Estado dos Assuntos Fiscais
(Zaak C-126/10) (1)
(Harmonisatie van wetgevingen - Richtlijn 90/434/EEG - Gemeenschappelijke fiscale regeling voor fusies, splitsingen, inbreng van activa en aandelenruil met betrekking tot vennootschappen uit verschillende lidstaten - Artikel 11, lid 1, sub a - Zakelijke overwegingen - Herstructurering of rationalisering van activiteiten van bij transactie betrokken vennootschappen - Begrippen)
2012/C 25/12
Procestaal: Portugees
Verwijzende rechter
Supremo Tribunal Administrativo
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: FOGGIA-Sociedade Gestora de Participações Sociais SA
Verwerende partij: Secretário de Estado dos Assuntos Fiscais
in tegenwoordigheid van: Ministério Público
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Supremo Tribunal Administrativo — Uitlegging van artikel 11, lid 1, sub a, van richtlijn 90/434/EEG van de Raad van 23 juli 1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor fusies, splitsingen, inbreng van activa en aandelenruil met betrekking tot vennootschappen uit verschillende lidstaten (PB L 225, blz. 1) — Transacties die belastingfraude of -ontwijking tot doel hebben — Begrippen „zakelijke overwegingen” en „herstructurering of rationalisering van activiteiten van bij transactie betrokken vennootschappen”
Dictum
Artikel 11, lid 1, sub a, van richtlijn 90/434/EEG van de Raad van 23 juli 1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor fusies, splitsingen, inbreng van activa en aandelenruil met betrekking tot vennootschappen uit verschillende lidstaten, moet aldus worden uitgelegd dat bij een fusie tussen twee vennootschappen die tot dezelfde groep behoren, het feit dat de overgenomen vennootschap ten tijde van de fusie geen activiteiten uitoefent, geen financiële participaties aanhoudt en aan de overnemende vennootschap slechts grote verliezen van onbestemde oorsprong overdraagt, kan doen veronderstellen dat aan deze transactie geen „zakelijke overwegingen” in de zin van deze bepaling ten grondslag liggen, ook al heeft deze transactie als positief effect dat de groep structurele kosten bespaart. De verwijzende rechter moet, gelet op alle omstandigheden van het geding waarin hij uitspraak moet doen, nagaan of alle bestanddelen van het vermoeden van belastingfraude of -ontwijking, in de zin van deze bepaling, in het kader van dit geding zijn vervuld.
(1) PB C 134 van 22.5.2010.
Full & Egal Universal Law Academy