7.5.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 139/11
Arrest van het Hof (Achtste kamer) van 17 maart 2011 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Symvoulio tis Epikrateias — Griekenland) — Naftiliaki Etaireia Thasou AE (C-128/10), Amaltheia I Naftiki Etaireia (C-129/10)/Ypourgos Emporikis Naftilías
(Gevoegde zaken C-128/10 en C-129/10) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Vrij verrichten van diensten - Cabotage in zeevervoer - Verordening (EEG) nr. 3577/92 - Artikelen 1 en 4 - Voorafgaande administratieve vergunning voor cabotagediensten - Controle van veiligheid van schepen - Handhaving van openbare orde in havens - Openbaredienstverplichtingen - Ontbreken van nauwkeurige en vooraf bekende criteria)
2011/C 139/18
Procestaal: Grieks
Verwijzende rechter
Symvoulio tis Epikrateias
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Naftiliaki Etaireia Thasou AE (C-128/10), Amaltheia I Naftiki Etaireia (C-129/10)
Verwerende partij: Ypourgos Emporikis Naftilías
In tegenwoordigheid van: Koinopraxia Epibatikon Ochimatagogon Ploion Kavalas — Thasou (C-128/10)
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Symvoulio tis Epikrateias — Uitlegging van de artikelen 1, 2 en 4 van verordening (EEG) nr. 3577/92 van de Raad van 7 december 1992 houdende toepassing van het beginsel van het vrij verrichten van diensten op het zeevervoer binnen de lidstaten (cabotage in het zeevervoer) (PB L 364, blz. 7) — Nationale regeling die voorziet in een voorafgaande administratieve vergunning voor cabotagediensten — Systeem dat controle mogelijk maakt, of de dienstregeling zodanig kan worden uitgevoerd dat de veiligheid van het schip en de orde in de haven verzekerd zijn — Ontbreken van nauwkeurige en vooraf bekende criteria
Dictum
Artikel 1 juncto artikel 4 van verordening (EEG) nr. 3577/92 van de Raad van 7 december 1992 houdende toepassing van het beginsel van het vrij verrichten van diensten op het zeevervoer binnen de lidstaten (cabotage in het zeevervoer), moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzetten tegen een nationale regeling waarbij een stelsel van voorafgaande vergunningen voor cabotagediensten in het zeevervoer wordt ingevoerd dat voorziet in de vaststelling van administratieve besluiten die verplichten tot de inachtneming van bepaalde „slots” ten behoeve van de veiligheid van de schepen en de orde in de havens, en voorts wegens de openbaredienstverplichtingen, op voorwaarde dat dit stelsel gebaseerd is op objectieve criteria die niet-discriminerend en vooraf bekend zijn, met name in het geval dat meerdere reders belangstelling hebben om op hetzelfde tijdstip dezelfde haven aan te doen. Wat administratieve besluiten waarbij openbaredienstverplichtingen worden opgelegd betreft, moet bovendien kunnen worden aangetoond dat er een reële behoefte aan openbare diensten bestaat wegens de ontoereikendheid van de geregelde vervoerdiensten in een situatie van vrije mededinging. Het staat aan de nationale rechter om te beoordelen of in de hoofdgedingen aan deze voorwaarden is voldaan.
(1) PB C 134 van 22.5.2010.
Full & Egal Universal Law Academy