30.4.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 130/7
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 3 maart 2011 — Europese Commissie/Koninkrijk België
(Zaak C-134/10) (1)
(Niet-nakoming - Richtlijn 2002/22/EG - Artikel 31 - Criteria voor toekenning van status van begunstigde van doorgifteverplichting - Doelstellingen van algemeen belang op basis waarvan status wordt toegekend - Effect van aantal eindgebruikers van communicatienetwerken op toekenning van status - Evenredigheidsbeginsel)
2011/C 130/12
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: A. Nijenhuis en C. Vrignon, gemachtigden)
Verwerende partij: Koninkrijk België (vertegenwoordigers: M. Jacobs en T. Materne, gemachtigden)
Voorwerp
Niet-nakoming — Onjuiste omzetting van artikel 31 van richtlijn 2002/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronischecommunicatienetwerken en -diensten (universeledienstrichtlijn) (PB L 108, blz. 51) — Criteria voor de toekenning van de zogeheten „must-carry”-omroepregeling — Doelstellingen van algemeen belang op grond waarvan deze regeling kan worden toegekend — Invloed van het aantal eindgebruikers van de communicatienetwerken op de toekenning van deze regeling — Evenredigheidsbeginsel
Dictum
1)
Door artikel 31 van richtlijn 2002/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronischecommunicatienetwerken en -diensten (universeledienstrichtlijn) niet naar behoren om te zetten, is het Koninkrijk België de krachtens deze richtlijn en artikel 56 VWEU op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.
2)
Het Koninkrijk België wordt verwezen in de kosten.
(1) PB C 161 van 19.6.2010.
Full & Egal Universal Law Academy