5.5.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 133/3
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 15 maart 2012 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de High Court of Ireland — Ierland) — Phonographic Performance (Ireland) Ltd/Ireland, Attorney General
(Zaak C-162/10) (1)
(Auteursrechten en naburige rechten - Richtlijn 2006/115/EG - Artikelen 8 en 10 - Begrippen „gebruiker” en „mededeling aan het publiek” - Uitzending van fonogrammen door middel van in hotelkamers geïnstalleerde televisie- en/of radiotoestellen)
2012/C 133/05
Procestaal: Engels
Verwijzende rechter
High Court of Ireland
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Phonographic Performance (Ireland) Ltd
Verwerende partijen: Ireland, Attorney General
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — High Court of Ireland — Uitlegging van de artikelen 8, lid 2, en 10, lid 1, sub a, van richtlijn 2006/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende het verhuurrecht, het uitleenrecht en bepaalde naburige rechten op het gebied van intellectuele eigendom (PB L 376, blz. 28) — Uitzending en mededeling van fonogrammen aan het publiek — Recht van kunstenaars en producenten op één billijke vergoeding — Begrippen „gebruiker” en „mededeling aan het publiek” — Installatie in hotelkamers van televisie- en/of radiotoestellen waaraan de hotelexploitant een uitgezonden signaal doorgeeft
Dictum
1)
Een hotelexploitant die zijn gastenkamers uitrust met televisie- en/of radiotoestellen waaraan hij een uitgezonden signaal doorgeeft, is een „gebruiker” die uitgezonden fonogrammen „meedeelt aan het publiek” in de zin van artikel 8, lid 2, van richtlijn 2006/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende het verhuurrecht, het uitleenrecht en bepaalde naburige rechten op het gebied van intellectuele eigendom.
2)
Een hotelexploitant die zijn gastenkamers uitrust met televisie- en/of radiotoestellen waaraan hij een uitgezonden signaal doorgeeft, is krachtens artikel 8, lid 2, van richtlijn 2006/115, naast de billijke vergoeding die de omroeporganisatie betaalt, zelf ook gehouden een billijke vergoeding te betalen voor de doorgifte van een uitgezonden fonogram.
3)
Een hotelexploitant die zijn gastenkamers niet uitrust met televisie- en/of radiotoestellen waaraan hij een uitgezonden signaal doorgeeft, maar met andere afspeelapparatuur voor fonogrammen, en er fonogrammen in fysieke of digitale vorm beschikbaar stelt die door middel van zulke apparatuur kunnen worden afgespeeld of gehoord, is een „gebruiker” die fonogrammen „meedeelt aan het publiek” in de zin van artikel 8, lid 2, van richtlijn 2006/115. Bijgevolg is hij gehouden een „billijke vergoeding” in de zin van deze bepaling te betalen voor de doorgifte van deze fonogrammen.
4)
Op grond van artikel 10, lid 1, sub a, van richtlijn 2006/115, dat een beperking stelt aan het in artikel 8, lid 2, van deze richtlijn bedoelde recht op een billijke vergoeding wanneer het om „privégebruik” gaat, mogen de lidstaten een hotelexploitant die fonogrammen „meedeelt aan het publiek” in de zin van artikel 8, lid 2, van deze richtlijn, niet vrijstellen van de verplichting om een dergelijke vergoeding te betalen.
(1) PB C 161 van 19.6.2010.
Full & Egal Universal Law Academy