17.3.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 80/2
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 9 februari 2012 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Hajdú-Bihar Megyei Bíróság — Hongarije) — Márton Urbán/Vám- és Pénzügyőrség Észak-alföldi Regionális Parancsnoksága
(Zaak C-210/10) (1)
(Wegvervoer - Inbreuken op voorschriften inzake gebruik van tachograaf - Verplichting voor lidstaten om evenredige sancties vast te stellen - Forfaitaire geldboete - Evenredigheid van sanctie)
2012/C 80/03
Procestaal: Hongaars
Verwijzende rechter
Hajdú-Bihar Megyei Bíróság
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Márton Urbán
Verwerende partij: Vám- és Pénzügyőrség Észak-alföldi Regionális Parancsnoksága
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Hajdú-Bihar Megyei Bíróság — Uitlegging van artikel 19, leden 1 en 4, van verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer, tot wijziging van verordeningen (EEG) nr. 3821/85 en (EG) nr. 2135/98 van de Raad en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad (PB L 102, blz. 1), en van de artikelen 13 tot en met 16 van verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer (PB L 370, blz. 8) — Nationale regeling die alle schendingen van de voorschriften inzake het gebruik van de tachograaf bestraft met een even hoge geldboete, zonder rekening te houden met de ernst van de betrokken inbreuk en zonder een rechtvaardigingsmogelijkheid te bieden — Verplichting voor de lidstaten om evenwichtige sancties vast te stellen
Dictum
1)
Het evenredigheidsvereiste van artikel 19, leden 1 en 4, van verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer, tot wijziging van verordeningen (EEG) nr. 3821/85 en (EG) nr. 2135/98 van de Raad en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad, moet aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een sanctiestelsel als dat ingevoerd bij közúti árufuvarozáshoz és személyszálliításhoz kapcsolódó egyes rendelkezések megséretése esetén kiszabható bírságok összegéről szóló 57/2007. kormányrendelet van 31 maart 2007 (regeringsdecreet nr. 57/2007 houdende vaststelling van het bedrag van de mogelijke geldboeten bij schending van bepalingen inzake goederen- en passagiersvervoer over de weg), waarbij een forfaitaire geldboete wordt opgelegd voor elke inbreuk op de voorschriften inzake het gebruik van de registratiebladen van de artikelen 13 tot en met 16 van verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer, zoals gewijzigd bij verordening nr. 561/2006, ongeacht de ernst van de inbreuk.
2)
Het evenredigheidsvereiste van artikel 19, leden 1 en 4, van verordening nr. 561/2006 moet aldus worden uitgelegd dat het zich niet verzet tegen een sanctiestelsel als dat ingevoerd bij regeringsdecreet nr. 57/2007 houdende vaststelling van het bedrag van de mogelijke geldboeten bij schending van bepalingen inzake goederen- en passagiersvervoer over de weg, dat voorziet in een objectieve aansprakelijkheid. Daarentegen moet het aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen de hoogte van de in dit stelsel voorziene sanctie.
(1) PB C 195 van 17.7.2010.
Full & Egal Universal Law Academy