3.12.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 355/6
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 13 oktober 2011 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Landgericht Baden-Baden — Duitsland) — Strafzaak tegen Leo Apelt
(Zaak C-224/10) (1)
(Richtlijn 91/439/EEG - Onderlinge erkenning van rijbewijzen - Intrekking van door lidstaat van verblijfplaats afgegeven nationaal rijbewijs en afgifte van rijbewijs voor voertuigen van categorieën B en D door andere lidstaat - Weigering van erkenning door lidstaat van verblijfplaats - Verplichting om houder te zijn van geldig rijbewijs voor voertuigen van categorie B ten tijde van afgifte van rijbewijs voor voertuigen van categorie D)
2011/C 355/09
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Landgericht Baden-Baden
Partij in de strafzaak
Leo Apelt
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Landgericht Baden-Baden — Uitlegging van de artikelen 1, 5, lid 1, sub a, en 8, leden 2 en 4, van richtlijn 91/439/EEG van de Raad van 29 juli 1991 betreffende het rijbewijs (PB L 237, blz. 1), alsook van artikel 11, lid 4, van richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs (PB L 403, blz. 18) — Rijbewijs voor categorie B dat is afgegeven door een lidstaat aan een staatsburger van een andere lidstaat vóór een beslissing tot intrekking van het nationale rijbewijs, maar na de feiten die deze maatregel rechtvaardigen — Uitbreiding door de lidstaat van afgifte van dit rijbewijs tot categorie D na afloop van de opgelegde verbodstermijn om een nieuw nationaal rijbewijs te verkrijgen — Mogelijkheid voor de lidstaat van verblijfplaats om de erkenning van de geldigheid van dit rijbewijs te weigeren wegens ontbreken van een geldig rijbewijs van categorie B op het ogenblik van de afgifte van het rijbewijs voor categorie D
Dictum
De artikelen 1, lid 2, 5, lid 1, sub a, 7, lid 1, sub b, en 8, leden 2 en 4, van richtlijn 91/439/EEG van de Raad van 29 juli 1991 betreffende het rijbewijs, zoals gewijzigd bij richtlijn 2000/56/EG van de Commissie van 14 september 2000, staan er niet aan in de weg dat een gastlidstaat de erkenning weigert van een door een andere lidstaat afgegeven rijbewijs voor voertuigen van de categorieën B en D, wanneer, ten eerste, de houder van dat rijbewijs de rijbevoegdheid voor voertuigen van categorie B heeft verkregen zonder dat was voldaan aan het vereiste van de gewone verblijfplaats en nadat het door de eerste lidstaat afgegeven rijbewijs in beslag was genomen door de politie van die eerste lidstaat maar voordat de rijbevoegdheid in die eerste lidstaat gerechtelijk werd ontzegd, en, ten tweede, de houder van dat rijbewijs de rijbevoegdheid voor voertuigen van categorie D heeft verkregen nadat de rijbevoegdheid gerechtelijk werd ontzegd en na afloop van de verbodstermijn voor de afgifte van een nieuw rijbewijs.
(1) PB C 221 van 14.8.2010.
Full & Egal Universal Law Academy