29.10.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 319/9
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 15 september 2011 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Finanzgericht Baden-Württemberg — Duitsland) — Cathy Schulz-Delzers, Pascal Schulz/Finanzamt Stuttgart III
(Zaak C-240/10) (1)
(Vrij verkeer van personen - Non-discriminatie en burgerschap van de Unie - Inkomstenbelasting - Inaanmerkingneming van ontheemdingstoelagen bij berekening van het belastingtarief dat overeenkomstig een progressieve belastingschaal van toepassing is op overige inkomsten - Inaanmerkingneming van toelagen die zijn toegekend aan ambtenaren van een andere lidstaat die hun werkzaamheden in het eigen land uitoefenen - Niet in aanmerking nemen van toelagen die zijn toegekend aan nationale ambtenaren die hun werkzaamheden in het buitenland uitoefenen - Vergelijkbaarheid)
2011/C 319/14
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Finanzgericht Baden-Württemberg
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Cathy Schulz-Delzers, Pascal Schulz
Verwerende partij: Finanzamt Stuttgart III
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Finanzgericht Baden-Württemberg — Uitlegging van de artikelen 18, 21 en 45 VWEU — Nationale regeling betreffende de inkomstenbelasting die de ontheemdingstoelagen die worden toegekend aan belastingplichtigen die zijn tewerkgesteld door een nationale publiekrechtelijke rechtspersoon en hun salaris uit een nationale overheidskas ontvangen, van belasting vrijstelt — Geen dergelijke vrijstelling voor toelagen die worden betaald aan belastingplichtigen die op het nationale grondgebied zijn tewerkgesteld door een publiekrechtelijke rechtspersoon van een andere lidstaat en hun salaris uit een overheidskas van deze andere lidstaat ontvangen
Dictum
Artikel 39 EG moet aldus worden uitgelegd, dat het zich niet verzet tegen een bepaling als § 3, punt 64, van de wet inkomstenbelasting (Einkommensteuergesetz), op grond waarvan toelagen als in het hoofdgeding aan de orde, die zijn toegekend aan een ambtenaar van een lidstaat die in een andere lidstaat werkt om het koopkrachtverlies op de standplaats te compenseren, niet in aanmerking worden genomen ter bepaling van het in die eerste lidstaat op overige inkomsten van de belastingplichtige of zijn echtgenote toepasselijke belastingtarief, terwijl vergelijkbare toelagen die zijn toegekend aan een ambtenaar van die andere lidstaat die in de eerste lidstaat werkt, bij het bepalen van dat belastingtarief in aanmerking worden genomen.
(1) PB C 221 van 14.8.2010.
Full & Egal Universal Law Academy