9.7.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 204/11
Arrest van het Hof (Zevende kamer) van 19 mei 2011 (verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door het Tribunal Superior de Justicia de Castilla y León — Spanje) — David Barcenilla Fernández (C-256/10), Pedro Antonio Macedo Lozano (C-261/10)/Gerardo García SL
(Gevoegde zaken C-256/10 en C-261/10) (1)
(Richtlijn 2003/10/EG - Blootstellingswaarden - Lawaai - Gehoorbescherming - Nuttige werking)
2011/C 204/19
Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Tribunal Superior de Justicia de Castilla y León
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: David Barcenilla Fernández (C-256/10), Pedro Antonio Macedo Lozano (C-261/10)
Verwerende partij: Gerardo García SL
Voorwerp
Verzoeken om een prejudiciële beslissing — Tribunal Superior de Justicia de Castilla y León — Uitlegging van richtlijn 2003/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 februari 2003 betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico’s van fysische agentia (lawaai) (zeventiende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van richtlijn 89/391/EEG) (PB L 42, blz. 38) — Overschrijding van de actiewaarden voor blootstelling aan lawaai, waardoor een maatregel ter voorkoming of vermindering van de blootstelling moet worden getroffen — Nuttige werking van de richtlijn
Dictum
1)
Richtlijn 2003/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 februari 2003 betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico’s van fysische agentia (lawaai) (zeventiende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van richtlijn 89/391/EEG), zoals gewijzigd bij richtlijn 2007/30/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2007, moet aldus worden uitgelegd dat een werkgever in een onderneming waarin de werknemers dagelijkse aan lawaai boven de 85 dB(A) — gemeten zonder rekening te houden met het effect van individuele gehoorbeschermers — worden blootgesteld, niet voldoet aan de verplichtingen van deze richtlijn door het enkele feit dat hij de werknemers dergelijke gehoorbeschermers ter beschikking stelt door middel waarvan de dagelijkse blootstelling aan lawaai tot onder de 80 dB(A) kan worden teruggebracht, aangezien deze werkgever een programma van technische of organisatorische maatregelen moet uitvoeren om deze blootstelling aan lawaai tot onder de 85 dB(A) — gemeten zonder rekening te houden met het effect van individuele gehoorbeschermers — terug te brengen.
2)
Richtlijn 2003/10, zoals gewijzigd bij richtlijn 2007/30, moet aldus worden uitgelegd dat zij niet vereist dat een werkgever een salaristoeslag betaalt aan werknemers die aan lawaai boven de 85 dB(A) — gemeten zonder rekening te houden met het effect van individuele gehoorbeschermers — worden blootgesteld, om de enkele reden dat hij geen programma van technische of organisatorische maatregelen heeft uitgevoerd om de dagelijkse blootstelling aan lawaai te beperken. Het nationale recht moet echter in passende instrumenten voorzien die ervoor zorgen dat een werknemer die aan lawaai boven de 85 dB(A) — gemeten zonder rekening te houden met individuele gehoorbeschermers — wordt blootgesteld, de nakoming door de werkgever van de preventieve verplichtingen van artikel 5, lid 2, van die richtlijn kan doen gelden.
(1) PB C 221 van 14.8.2010.
Full & Egal Universal Law Academy