28.1.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 25/9
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 10 november 2011 (verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door de Court of Appeal (England & Wales) (Civil Division) en het Upper Tribunal (Tax and Chancery Chamber) — Verenigd Koninkrijk) — Commissioners for Her Majesty’s Revenue and Customs/The Rank Group PLC
(Gevoegde zaken C-259/10 en C-260/10) (1)
(Fiscale bepalingen - Zesde btw-richtlijn - Vrijstellingen - Artikel 13, B, sub f - Weddenschappen, loterijen en andere kans- of geldspelen - Beginsel van fiscale neutraliteit - Bingo gespeeld op automaten met uitkering van contant geld („mechanised cash bingo”) - Gokautomaten - Administratieve praktijk die afwijkt van wettelijke bepalingen - Verweer gebaseerd op vereiste zorgvuldigheid („due diligence”))
2012/C 25/14
Procestaal: Engels
Verwijzende rechters
Court of Appeal (England & Wales) (Civil Division), Upper Tribunal (Tax and Chancery Chamber)
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Commissioners for Her Majesty’s Revenue and Customs
Verwerende partij: The Rank Group PLC
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Court of Appeal (England & Wales) (Civil Division) — Uitlegging van artikel 13, B, sub f, van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag (PB L 145, blz. 1) — Vrijstelling voor weddenschappen, loterijen en andere kans- en geldspelen — Gemechaniseerde bingo met uitkering van contant geld („mechanised cash bingo”) — Nationale regeling die prestaties die identiek zijn vanuit het oogpunt van de consument of in dezelfde consumentenbehoeften voorzien, verschillend behandelt voor de btw — Verschillende behandeling naargelang de hoogte van de inzet en van de winst — Schending van het beginsel van fiscale neutraliteit?
Dictum
1)
Het beginsel van fiscale neutraliteit moet aldus worden uitgelegd dat een verschil in behandeling voor de belasting over de toegevoegde waarde van twee verrichtingen van diensten die vanuit het oogpunt van de consument gelijk of soortgelijk zijn en aan dezelfde behoeften van deze laatste voldoen, volstaat om te kunnen spreken van schending van dat beginsel. Om van schending te kunnen spreken hoeft dus niet tevens te worden aangetoond dat daadwerkelijk sprake is van mededinging tussen de betrokken diensten of verstoring van de mededinging wegens dat verschil in behandeling.
2)
Wanneer twee kansspelen voor de toekenning van een vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde krachtens artikel 13, B, sub f, van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag, verschillend worden behandeld, moet het beginsel van fiscale neutraliteit aldus worden uitgelegd dat niet in de beschouwing dient te worden betrokken dat die twee spelen tot verschillende vergunningcategorieën behoren en aan verschillende regelgeving op het gebied van beheersing en regulering zijn onderworpen.
3)
Bij de beoordeling, gelet op het beginsel van fiscale neutraliteit, of twee typen gokmachines soortgelijk zijn en voor de belasting over de toegevoegde waarde gelijk moeten worden behandeld, moet worden nagegaan of het gebruik van de twee typen vanuit het oogpunt van de gemiddelde consument vergelijkbaar is en aan dezelfde behoeften van deze laatste beantwoordt, waarbij meer in het bijzonder in de beschouwing kunnen worden betrokken de minima en de maxima van de inzet en de prijzen en de kansen om te winnen.
4)
Het beginsel van fiscale neutraliteit moet aldus worden uitgelegd dat een belastingplichtige niet met een beroep op schending van dat beginsel teruggaaf van de over bepaalde dienstverrichtingen betaalde belasting over de toegevoegde waarde kan vorderen, wanneer de belastingdienst van de betrokken lidstaat in de praktijk soortgelijke diensten als vrijgestelde prestaties heeft behandeld ofschoon deze krachtens de toepasselijke nationale regelgeving niet zijn vrijgesteld van belasting over de toegevoegde waarde.
5)
Het beginsel van fiscale neutraliteit moet aldus worden uitgelegd dat een lidstaat die van de door artikel 13, B, sub f, van de Zesde richtlijn (77/388) geboden beoordelingsbevoegdheid gebruik heeft gemaakt en van belasting over de toegevoegde waarde heeft vrijgesteld het bieden van gelegenheid tot het beoefenen van kansspelen van welke aard, maar een categorie automaten die aan bepaalde criteria voldoen van die vrijstelling heeft uitgesloten, tegen een op schending van dat beginsel gebaseerd verzoek om teruggaaf van belasting over de toegevoegde waarde niet kan aanvoeren dat hij met de vereiste zorgvuldigheid had gereageerd op de ontwikkeling van een nieuw type automaat dat niet aan die criteria beantwoordde.
(1) PB C 209 van 31.7.2010.
Full & Egal Universal Law Academy