8.10.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 298/8
Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 28 juli 2011 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Korkein hallinto-oikeus — Finland) — procedure ingeleid door Lotta Gistö
(Zaak C-270/10) (1)
(Protocol betreffende voorrechten en immuniteiten van Europese Gemeenschappen - Artikel 14, eerste alinea - Bepaling van fiscale woonplaats van echtgenoot van ambtenaar van Unie - Nationale wettelijke regeling die voorschrijft dat hij die gedurende drie jaar in het buitenland heeft gewoond, niet langer wordt aangemerkt als woonachtig in het land en dus niet langer onbeperkt belastingplichtig is)
2011/C 298/13
Procestaal: Fins
Verwijzende rechter
Korkein hallinto-oikeus
Partij in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Lotta Gistö
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Korkein hallinto-oikeus — Uitlegging van artikel 14 (thans artikel 13) van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie — Vaststelling van de fiscale woonplaats van ambtenaren van de Europese Unie en van hun echtgenoot die geen eigen beroepsbezigheden uitoefent in de lidstaat van herkomst — Nationale wettelijke regeling volgens welke eigen staatsburgers na het verstrijken van het derde jaar vanaf het einde van het jaar waarin zij het land hebben verlaten, niet meer als ingezetenen worden beschouwd en bijgevolg niet meer onbeperkt belastingplichtig zijn over hun inkomsten
Dictum
Artikel 14, eerste alinea, van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen, aanvankelijk gehecht aan het Verdrag tot instelling van één Raad en één Commissie welke de Europese Gemeenschappen gemeen hebben, en vervolgens, krachtens het Verdrag van Amsterdam, aan het EG-Verdrag, moet aldus worden uitgelegd dat de echtgenoot van een persoon, die alleen omdat laatstgenoemde in dienst treedt bij de Europese Unie zijn woonplaats vestigt op het grondgebied van een andere lidstaat dan die waarin hij op het moment van indiensttreding van die persoon bij de Unie zijn fiscale woonplaats had, wordt geacht zijn fiscale woonplaats in laatstgenoemde lidstaat te hebben behouden, indien hij geen eigen beroepsbezigheid uitoefent.
(1) PB C 221 van 14.8.2010.
Full & Egal Universal Law Academy