22.10.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 311/12
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 8 september 2011 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesarbeitsgericht — Duitsland) — Sabine Hennigs (C-297/10)/Eisenbahn-Bundesamt, Land Berlin (C-298/10)/Alexander Mai
(Gevoegde zaken C-297/10 en C-298/10) (1)
(Richtlijn 2000/78/EG - Artikelen 2, lid 2, en 6, lid 1 - Handvest van de grondrechten van de Europese Unie - Artikelen 21 en 28 - Collectieve arbeidsovereenkomst inzake beloning van arbeidscontractanten in overheidssector van lidstaat - Beloning vastgesteld op basis van leeftijd - Collectieve arbeidsovereenkomst waarbij beloning op basis van leeftijd wordt afgeschaft - Behoud van verworven rechten)
2011/C 311/17
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Bundesarbeitsgericht
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Sabine Hennigs (C-297/10), Land Berlin (C-298/10)
Verwerende partijen: Eisenbahn-Bundesamt (C-297/10), Alexander Mai (C-298/10)
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Bundesarbeitsgericht — Uitlegging van artikel 21 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (PB C 83 van 30 maart 2010, blz. 389), zoals uitgevoerd bij richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep (PB L 303, blz. 16) — Bezoldiging van arbeidscontractanten in de openbare dienst van een lidstaat — Nationale regeling op grond waarvan de basisbezoldiging verschilt naargelang van de leeftijd
Dictum
1)
Het beginsel van non-discriminatie op grond van leeftijd dat is verankerd in artikel 21 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en is geconcretiseerd bij richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep, en meer in het bijzonder de artikelen 2 en 6, lid 1, van deze richtlijn, moeten in die zin worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen een maatregel in een collectieve arbeidsovereenkomst zoals aan de orde in het hoofdgeding, op grond waarvan binnen elke salarisgroep de basissalaristrap van een arbeidscontractant in de overheidssector bij zijn aanstelling wordt bepaald op basis van zijn leeftijd. In dit verband doet het feit dat het Unierecht zich verzet tegen die maatregel en dat deze is opgenomen in een collectieve arbeidsovereenkomst, geen afbreuk aan het in artikel 28 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie opgenomen recht om collectief te onderhandelen en collectieve arbeidsovereenkomsten te sluiten.
2)
De artikelen 2 en 6, lid 1, van richtlijn 2000/78 en artikel 28 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie moeten in die zin worden uitgelegd dat zij zich niet verzetten tegen een maatregel in een collectieve arbeidsovereenkomst zoals aan de orde in het hoofdgeding in zaak C-297/10, waarbij een beloningsstelsel dat een discriminatie op grond van leeftijd in het leven had geroepen, wordt vervangen door een beloningsstelsel dat op objectieve criteria is gebaseerd, maar waarbij tevens gedurende een in de tijd beperkte overgangsperiode bepaalde discriminerende gevolgen van het eerste van deze stelsels worden gehandhaafd teneinde te verzekeren dat reeds aangestelde arbeidscontractanten zonder inkomensverlies overgaan naar het nieuwe stelsel.
(1) PB C 260 van 25.9.2010.
Full & Egal Universal Law Academy