8.10.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 298/9
Arrest van het Hof (Achtste kamer) van 28 juli 2011 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Verwaltungsgerichtshof — Oostenrijk) — Agrana Zucker GmbH/Bundesminister für Land- und Forstwirtschaft, Umwelt und Wasserwirtschaft
(Zaak C-309/10) (1)
(Suiker - Tijdelijke regeling voor herstructurering van suikerindustrie in Europese Gemeenschap - Verordening (EG) nr. 320/2006 - Artikel 11 - Ontvangstenoverschot bij herstructureringsfonds - Bestemming voor ELGF - Beginselen van bevoegdheidstoewijzing en evenredigheid - Motiveringsplicht - Ongerechtvaardigde verrijking)
2011/C 298/15
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Verwaltungsgerichtshof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Agrana Zucker GmbH
Verwerende partij: Bundesminister für Land- und Forstwirtschaft, Umwelt und Wasserwirtschaft
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Verwaltungsgerichtshof — Uitlegging van artikel 11 van verordening (EG) nr. 320/2006 van de Raad van 20 februari 2006 tot instelling van een tijdelijke regeling voor de herstructurering van de suikerindustrie in de Europese Gemeenschap en tot wijziging van verordening (EG) nr. 1290/2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (PB L 58, blz. 42) — Oplegging van een tijdelijke herstructureringsheffing in omstandigheden waarin het tijdelijke herstructureringsfonds een aanzienlijk overschot heeft en verdere stijging van de financieringsbehoefte uitgesloten lijkt — Gelijkstelling met de invoering van een algemene belasting — Schending van het beginsel van bevoegdheidstoedeling
Dictum
1)
Artikel 11 van verordening (EG) nr. 320/2006 van de Raad van 20 februari 2006 tot instelling van een tijdelijke regeling voor de herstructurering van de suikerindustrie in de Europese Gemeenschap en tot wijziging van verordening (EG) nr. 1290/2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, moet aldus worden uitgelegd dat de tijdelijke heffing volledig moet worden opgelegd, ook al is er bij het herstructureringsfonds sprake van een ontvangstenoverschot.
2)
Bij het onderzoek van de tweede prejudiciële vraag is niet gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid van artikel 11 van verordening nr. 320/2006 kunnen aantasten.
(1) PB C 260 van 25.9.2010.
Full & Egal Universal Law Academy