18.2.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 49/6
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 21 december 2011 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Vestre Landsret — Denemarken) — Danske Svineproducenter/Justitsministeriet
(Zaak C-316/10) (1)
(Artikel 288, tweede alinea, VWEU - Verordening (EG) nr. 1/2005 - Bescherming van dieren tijdens vervoer - Wegvervoer van als huisdieren gehouden varkens - Minimumhoogte van dierenafdelingen - Inspectie tijdens reis - Beladingsdichtheid - Recht van lidstaten tot nadere regulering)
2012/C 49/11
Procestaal: Deens
Verwijzende rechter
Vestre Landsret
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Danske Svineproducenter
Verwerende partij: Justitsministeriet
in tegenwoordigheid van: Union européenne du commerce de bétail et de la viande
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Vestre Landsret — Uitlegging van artikel 249, tweede alinea, EG (thans artikel 288, tweede alinea, VWEU) en verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad van 22 december 2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten en tot wijziging van de richtlijnen 64/432/EEG en 93/119/EG en van verordening (EG) nr. 1255/97 (PB L 3, blz. 1) — Recht van lidstaten om gedetailleerde nationale regels vast te stellen inzake minimumhoogte van compartimenten, inspectiehoogte en beladingsdichtheid in voertuigen voor dierenvervoer
Dictum
Verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad van 22 december 2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten en tot wijziging van de richtlijnen 64/432/EEG en 93/119/EG en verordening (EG) nr. 1255/97, moet aldus worden uitgelegd dat:
—
deze verordening zich niet ertegen verzet dat een lidstaat normen voor het wegvervoer van varkens uitvaardigt, die met het oog op meer rechtszekerheid, met inachtneming van het doel van bescherming van het welzijn van de dieren en zonder dienaangaande buitenmatige criteria aan te leggen, de eisen van deze verordening inzake de minimumbinnenhoogte van de dierenafdelingen preciseren, voor zover deze normen geen extra kosten of technische moeilijkheden meebrengen in het nadeel van hetzij de producenten van de lidstaat die deze normen heeft vastgesteld, hetzij de producenten van andere lidstaten die hun producten naar of via de eerste lidstaat willen uitvoeren, hetgeen de verwijzende rechter dient na te gaan; normen als die in de overgangsbepalingen van § 36, lid 4, van besluit nr. 1729 van 21 december 2006 betreffende de bescherming van dieren tijdens het vervoer, kunnen evenwel niet als evenredig gelden aangezien dezelfde lidstaat in § 9, lid 1, van dat besluit in het kader van de gemeenrechtelijke regeling minder dwingende normen op dat gebied heeft vastgesteld;
—
deze verordening zich ertegen verzet dat een lidstaat normen voor het wegvervoer van varkens uitvaardigt ter precisering van de eisen van deze verordening inzake de toegang tot de dieren om de omstandigheden voor hun welzijn regelmatig te controleren, die slechts de reizen van meer dan 8 uur betreffen, en
—
deze verordening zich niet ertegen verzet dat een lidstaat normen uitvaardigt volgens welke de dieren bij wegvervoer van varkens moeten beschikken over een minimumoppervlakte die varieert op basis van hun gewicht, waarbij een oppervlakte van 0,42 m2 voor een varken van 100 kg bij een reistijd van minder dan 8 uur en van 0,50 m2 bij een langere reistijd geldt.
(1) PB C 234 van 28.8.2010.
Full & Egal Universal Law Academy