29.9.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 295/3
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 19 juli 2012 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Hoge Raad der Nederlanden) — X/Staatssecretaris van Financiën
(Zaak C-334/10) (1)
(Zesde btw-richtlijn - Artikelen 6, lid 2, eerste alinea, sub a en b, 11, A, lid 1, sub c, en 17, lid 2 - Gedeelte van tot bedrijf behorend investeringsgoed - Tijdelijk gebruik voor privédoeleinden - Uitvoering van duurzame aanpassingen aan dat goed - Betaling van btw voor duurzame aanpassingen - Recht op aftrek)
2012/C 295/04
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Hoge Raad der Nederlanden
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: X
Verwerende partij: Staatssecretaris van Financiën
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Hoge Raad der Nederlanden — Uitlegging van artikel 6, lid 2, eerste alinea, sub a en b, artikel 11, A, lid 1, sub c, en artikel 17, lid 2, van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag (PB L 145, blz. 1) — Aftrek van voorbelasting — Belastingplichtige die gedeelte van tot zijn bedrijf behorend investeringsgoed tijdelijk voor eigen privédoeleinden heeft gebruikt en daartoe duurzame aanpassingen aan dit gedeelte van het goed heeft aangebracht — Recht op aftrek van btw op uitgaven gedaan voor duurzame aanpassingen
Dictum
De artikelen 6, lid 2, eerste alinea, sub a en b, 11, A, lid 1, sub c, en 17, lid 2, van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag, zoals gewijzigd bij richtlijn 95/7/EG van de Raad van 10 april 1995, moeten aldus worden uitgelegd dat een belastingplichtige die een gedeelte van een tot zijn bedrijf behorend investeringsgoed tijdelijk voor eigen privédoeleinden gebruikt, op grond van deze bepalingen recht heeft op aftrek van de voorbelasting over de kosten die zijn gemaakt om aan dat goed duurzame aanpassingen uit te voeren, ook al werden deze aanpassingen met het oog op dat tijdelijk gebruik voor privédoeleinden uitgevoerd, en dat dit recht op aftrek bovendien bestaat los van de vraag of ter zake van de aanschaf van het investeringsgoed waaraan deze aanpassingen zijn uitgevoerd, aan de belastingplichtige belasting over de toegevoegde waarde in rekening is gebracht en of hij deze belasting in aftrek heeft gebracht.
(1) PB C 246 van 11.09.2010.
Full & Egal Universal Law Academy