8.12.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 379/2
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 16 oktober 2012 — Hongarije/Slowaakse Republiek
(Zaak C-364/10) (1)
(Niet-nakoming - Artikel 259 VWEU - Burgerschap van Unie - Artikel 21 VWEU - Richtlijn 2004/38/EG - Recht van vrij verkeer op grondgebied van lidstaten - President van Hongarije - Verbod om grondgebied van Slowaakse Republiek te betreden - Diplomatieke betrekkingen tussen lidstaten)
2012/C 379/03
Procestaal: Slowaaks
Partijen
Verzoekende partij: Hongarije (vertegenwoordigers: M. Z. Fehér en E. Orgován, gemachtigden)
Verwerende partij: Slowaakse Republiek (vertegenwoordiger: B. Ricziová, gemachtigde)
Interveniënte aan de zijde van de verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: A. Tokár, D. Maidani en S. Boelaert, gemachtigden)
Voorwerp
Artikel 259 VWEU — Niet-nakoming — Schending van artikel 18, lid 1, EG, artikel 3, lid 2, VEU, artikel 21, lid 1, VWEU en richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden (PB L 158, blz. 77) — Misbruik van het Unierecht — Verbod om het grondgebied van de Slowaakse Republiek te betreden, opgelegd aan de president van de Republiek Hongarije, die van plan was in te gaan op een uitnodiging van een sociale organisatie — Inreisverbod dat onder andere op richtlijn 2004/38/EG was gebaseerd — Toepassing van de rechtsregels van de Unie betreffende het vrije verkeer van personen op staatshoofden en andere prominenten die de lidstaten vertegenwoordigen
Dictum
1)
Het beroep wordt verworpen.
2)
Hongarije wordt verwezen in de kosten.
3)
De Europese Commissie draagt haar eigen kosten.
(1) PB C 301 van 6.11.2010.
Full & Egal Universal Law Academy