4.2.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 32/9
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 29 november 2011 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Gerechtshof te Amsterdam — Nederland) — National Grid Indus BV/Inspecteur van de Belastingdienst Rijnmond/kantoor Rotterdam
(Zaak C-371/10) (1)
(Verplaatsing van feitelijke bestuurszetel van vennootschap naar andere lidstaat dan die van haar oprichting - Vrijheid van vestiging - Artikel 49 VWEU - Heffing op latente meerwaarden in activa van vennootschap die haar zetel tussen lidstaten verplaatst - Bepaling van hoogte van heffing op moment van zetelverplaatsing - Onmiddellijke invordering van heffing - Evenredigheid)
2012/C 32/14
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Gerechtshof te Amsterdam
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: National Grid Indus BV
Verwerende partij: Inspecteur van de Belastingdienst Rijnmond/kantoor Rotterdam
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Gerechtshof te Amsterdam — Uitlegging van artikel 43 EG (thans artikel 49 VWEU) — Nationale fiscale bepalingen die voorzien in een onmiddellijke eindafrekeningsheffing voor vennootschappen die hun zetel of activa naar een andere lidstaat verplaatsen
Dictum
1)
Een naar het recht van een lidstaat opgerichte vennootschap die haar feitelijke bestuurszetel naar een andere lidstaat verplaatst, zonder dat deze verplaatsing haar hoedanigheid van vennootschap naar het recht van de eerste lidstaat aantast, kan zich op artikel 49 VWEU beroepen om de rechtmatigheid van een door de eerste lidstaat aan haar opgelegde heffing bij genoemde zetelverplaatsing aan de orde te stellen.
2)
Artikel 49 VWEU moet in die zin worden uitgelegd dat:
—
het zich niet verzet tegen een regeling van een lidstaat krachtens welke het bedrag van de heffing over de latente meerwaarden in vermogensbestanddelen van een vennootschap definitief wordt vastgesteld — zonder eventuele later optredende waardeverminderingen of meerwaarden in aanmerking te nemen — op het moment waarop de vennootschap, wegens de verplaatsing van haar feitelijke bestuurszetel naar een andere lidstaat, ophoudt in de eerste lidstaat belastbare winst te genieten; het is in dat verband onverschillig dat de belaste latente meerwaarden betrekking hebben op valutawinsten die in de lidstaat van ontvangst niet tot uitdrukking kunnen komen, gelet op het daar geldende belastingregime;
—
het zich verzet tegen een regeling van een lidstaat die de onmiddellijke invordering voorschrijft van de heffing over de latente meerwaarden in vermogensbestanddelen van een vennootschap die haar feitelijke bestuurszetel naar een andere lidstaat verplaatst, op het moment zelf van genoemde verplaatsing.
(1) PB C 328 van 4.12.2010.
Full & Egal Universal Law Academy