5.5.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 133/6
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 13 maart 2012 — Pye Phyo Tay Za/Raad van de Europese Unie, Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, Europese Commissie
(Zaak C-376/10 P) (1)
(Hogere voorziening - Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid - Beperkende maatregelen tegen Republiek van Unie van Myanmar - Bevriezing van tegoeden van personen, entiteiten en lichamen - Rechtsgrondslag)
2012/C 133/10
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwirante: Pye Phyo Tay Za (vertegenwoordigers: D. Anderson QC, S. Kentridge QC, M. Lester, barrister, G. Martin, solicitor
Andere partijen in de procedure: Raad van de Europese Unie (vertegenwoordigers: M. Bishop en E. Finnegan, gemachtigden), Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (vertegenwoordigers: S. Hathaway, gemachtigde, D. Beard, barrister), Europese Commissie (vertegenwoordigers: S. Boelaert en M. Konstantinidis, gemachtigden)
Voorwerp
Hogere voorziening tegen het arrest van het Gerecht (Achtste kamer) van 19 mei 2010, Tay Za/Raad (T-181/08), waarbij het Gerecht heeft verworpen het beroep tot gedeeltelijke nietigverklaring van verordening (EG) nr. 194/2008 van de Raad van 25 februari 2008 tot verlenging en verscherping van de beperkende maatregelen tegen Birma/Myanmar en tot intrekking van verordening (EG) nr. 817/2006, voor zover verzoekers naam wordt vermeld op de lijst van personen, entiteiten en lichamen waarop deze bepalingen van toepassing zijn (PB L 66, blz. 1)
Dictum
1)
Het arrest van het Gerecht van de Europese Unie van 19 mei 2010, Tay Za/Raad (T-181/08), wordt vernietigd.
2)
Verordening (EG) nr. 194/2008 van de Raad van 25 februari 2008 tot verlenging en verscherping van de beperkende maatregelen ten aanzien van Birma/Myanmar en tot intrekking van verordening (EG) nr. 817/2006, wordt nietig verklaard voor zover zij betrekking heeft op P. P. Tay Za.
3)
De Raad van de Europese Unie wordt verwezen in de kosten van de procedure in eerste aanleg en van de onderhavige procedure in hogere voorziening.
4)
Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en de Europese Commissie dragen hun eigen kosten in eerste aanleg en in de onderhavige hogere voorziening.
(1) PB C 260 van 25.9.2010.
Full & Egal Universal Law Academy