17.12.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 370/14
Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 27 oktober 2011 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Conseil d’État — Frankrijk) — Société Groupe Limagrain Holding/Établissement national des produits de l’agriculture et de la mer
(Zaak C-402/10) (1)
(Landbouw - Verordeningen (EEG) nrs. 3665/87 en 565/80 - Uitvoerrestituties - Vooruitbetaalde restitutie - Onder stelsel van douane-entrepots geplaatste goederen - Ontbreken van voorraadadministratie - Bewijs van uitvoer van goederen - Geheel of gedeeltelijk verwerven van uitvoerrestitutie - Verplichting tot terugbetaling van onverschuldigd ontvangen bedrag - Toepassing van verhoging op terug te betalen bedrag)
2011/C 370/22
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Conseil d’État
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Société Groupe Limagrain Holding
Verwerende partij: Établissement national des produits de l’agriculture et de la mer
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Conseil d’État (Frankrijk) — Uitlegging van verordening (EEG) nr. 3665/87 van de Commissie van 27 november 1987 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen van het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwproducten (PB L 351, blz. 1), juncto verordening (EEG) nr. 565/80 van de Raad van 4 maart 1980 betreffende de vooruitbetaling van de uitvoerrestituties voor landbouwproducten (PB L 62, blz. 5) — Plaatsing van goederen onder het stelsel van douane-entrepots met het oog op uitvoer ervan met vooruitbetaling van de restitutie — Terugbetaling van vooraf ontvangen bedragen ingeval voor de goederen geen voorraadadministratie is gevoerd — Voorwaarden betreffende terugbetaling
Dictum
1)
De Unierechtelijke bepalingen betreffende de voorfinanciering van uitvoerrestituties moeten aldus worden uitgelegd dat het overeenkomstig de douaneregeling van de Unie voeren van een voorraadadministratie van onder douanecontrole geplaatste producten een voorwaarde vormt voor vooruitbetaling van een uitvoerrestitutie voor deze producten. Resterende twijfel over de juistheid van bepaalde opgaven of in verband met een gebrek aan overeenstemming in die voorraadadministratie kan echter met behulp van andere, aanvullende documenten worden weggenomen, mits deze documenten door de bevoegde nationale instanties toereikend worden geacht.
2)
De Unierechtelijke bepalingen betreffende de voorfinanciering van uitvoerrestituties moeten aldus worden uitgelegd dat:
—
wanneer en voor zover niet is voldaan aan de verplichting om overeenkomstig de douaneregeling van de Unie een voorraadadministratie te voeren van onder douanecontrole geplaatste producten, het bewijs dat naar hoeveelheid en aard vergelijkbare goederen als de in de vooruitbetalingsaangifte bedoelde goederen zijn uitgevoerd, niet voldoende is opdat het bedrag van de uitvoerrestitutie voor deze goederen toekomt aan de exporteur;
—
indien de exporteur wegens niet-nakoming van de verplichting om een voorraadadministratie te voeren voor in een douane-entrepot geplaatste producten, de als vooruitbetaling op een uitvoerrestitutie ontvangen bedragen geheel of gedeeltelijk moet terugbetalen, dan op het onverschuldigd ontvangen en terug te betalen bedrag dient te worden toegepast de verhoging van 20 % die is vastgesteld in artikel 33, lid 1, tweede alinea, van verordening (EEG) nr. 3665/87 van de Commissie van 27 november 1987 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen van het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwproducten, zoals gewijzigd bij met name verordening (EEG) nr. 1708/93 van de Commissie van 30 juni 1993.
(1) PB C 288 van 23.10.2010.
Full & Egal Universal Law Academy