26.5.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 151/5
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 29 maart 2012 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Conseil d’État — Frankrijk) — Véleclair SA/Ministre du Budget, des Comptes publics et de la Réforme de l’État
(Zaak C-414/10) (1)
(Btw - Zesde richtlijn - Artikel 17, lid 2, sub b - Belastingheffing over uit derde land ingevoerd product - Nationale regeling - Recht op aftrek van btw bij invoer - Voorwaarde - Daadwerkelijke betaling van btw door belastingplichtige)
2012/C 151/08
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Conseil d’État
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Véleclair SA
Verwerende partij: Ministre du Budget, des Comptes publics et de la Réforme de l’État
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Conseil d’État — Uitlegging van artikel 17, lid 2, sub b, van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag (PB L 145, blz. 1) — Nationale regeling die het recht op aftrek van de belasting over de toegevoegde waarde bij invoer afhankelijk stelt van de daadwerkelijke betaling van die belasting door de belastingplichtige
Dictum
Artikel 17, lid 2, sub b, van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag, moet in die zin worden uitgelegd dat het een lidstaat niet toestaat het recht op aftrek van de btw bij invoer afhankelijk te stellen van de daadwerkelijke voorafgaande betaling van die belasting door de belastingplichtige wanneer laatstgenoemde tevens de houder is van het recht op aftrek.
(1) PB C 301 van 6.11.2010.
Full & Egal Universal Law Academy