16.6.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 174/7
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 26 april 2012 — Europese Commissie/Koninkrijk der Nederlanden
(Zaak C-508/10) (1)
(Niet-nakoming - Richtlijn 2003/109/EG - Status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen - Aanvraag voor status van langdurig ingezetene - Aanvraag voor verblijfsvergunning in tweede lidstaat, ingediend door onderdaan van derde land die in eerste lidstaat reeds status van langdurig ingezetene heeft verkregen, of door een van zijn gezinsleden - Bedrag van door bevoegde autoriteiten gevraagde leges - Onevenredigheid - Belemmering voor uitoefening van verblijfsrecht)
2012/C 174/09
Procestaal: Nederlands
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: M. Condou-Durande en R. Troosters, gemachtigden)
Verwerende partij: Koninkrijk der Nederlanden (vertegenwoordigers: C. M. Wissels en J. Langer, gemachtigden)
Interveniënte aan de zijde van de verwerende partij: Helleense Republiek (vertegenwoordiger: T. Papadopoulou, gemachtigde)
Voorwerp
Niet-nakoming — Schending van richtlijn 2003/109/EG van de Raad van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen (PB 2004, L 16, blz. 44) — Aanvraag van de status van langdurig ingezetene — Leges — Te hoge en onbillijke bedragen — Middel om de uitoefening van het recht van verblijf te belemmeren
Dictum
1)
Het Koninkrijk der Nederlanden is de krachtens richtlijn 2003/109/EG van de Raad van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen, op hem rustende verplichtingen niet nagekomen, door van onderdanen van derde landen die de status van langdurig ingezetene in Nederland aanvragen en van hen die deze status hebben verkregen in een andere lidstaat dan het Koninkrijk der Nederlanden en hun verblijfsrecht in laatstgenoemde lidstaat wensen uit te oefenen alsook van hun gezinsleden die verzoeken hen te mogen vergezellen of zich bij hen te mogen voegen, overdreven en onevenredig hoge leges te vragen die een belemmering kunnen vormen voor de uitoefening van de bij die richtlijn toegekende rechten.
2)
Het Koninkrijk der Nederlanden wordt verwezen in de kosten.
3)
De Helleense Republiek draagt haar eigen kosten.
(1) PB C 30 van 29.1.2011.
Full & Egal Universal Law Academy