22.9.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 287/3
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 5 juli 2012 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesgerichtshof — Duitsland) — Josef Geistbeck, Thomas Geistbeck/Saatgut-Treuhandverwaltungs GmbH
(Zaak C-509/10) (1)
(Intellectuele en industriële eigendom - Communautair kwekersrecht - Verordening (EG) nr. 2100/94 - Landbouwersvoorrecht - Begrip „passende vergoeding” - Vergoeding van geleden schade - Inbreuk)
2012/C 287/05
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Bundesgerichtshof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Josef Geistbeck, Thomas Geistbeck
Verwerende partij: Saatgut-Treuhandverwaltungs GmbH
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Bundesgerichtshof — Uitlegging van de artikelen 14, lid 3, en 94, leden 1 en 2, van verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad van 27 juli 1994 inzake het communautaire kwekersrecht (PB L 227, blz. 1), en van de artikelen 5 en 8 van verordening (EG) nr. 1768/95 van de Commissie van 24 juli 1995 houdende vaststelling, overeenkomstig artikel 14, lid 3, van verordening (EG) nr. 2100/94, van uitvoeringsbepalingen betreffende de afwijking ten gunste van landbouwers (PB L 173, blz. 14) — Communautair kwekersrecht — Inbreuk — Verplichting om aan de houder van een dergelijk recht een passende vergoeding te betalen en de door hem geleden schade te vergoeden — Criteria voor de vaststelling van de passende vergoeding en de schade
Dictum
1)
De „passende vergoeding” die krachtens artikel 94, lid 1, van verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad van 27 juli 1994 inzake het communautaire kwekersrecht dient te worden betaald door een landbouwer die door aanplanting verkregen teeltmateriaal van een beschermd ras heeft gebruikt zonder de verplichtingen na te komen die op hem rusten uit hoofde van artikel 14, lid 3, van deze verordening, gelezen in samenhang met artikel 8 van verordening (EG) nr. 1768/95 van de Commissie van 24 juli 1995 houdende vaststelling, overeenkomstig artikel 14, lid 3, van verordening nr. 2100/94, van uitvoeringsbepalingen betreffende de afwijking ten gunste van landbouwers, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 2605/98 van de Commissie van 3 december 1998, moet worden berekend op basis van het bedrag van de vergoeding die in hetzelfde gebied moet worden betaald voor het in licentie produceren van teeltmateriaal van beschermde rassen van het betrokken gewas.
2)
De betaling van een vergoeding voor de kosten die zijn gemaakt voor het toezicht op de eerbiediging van de rechten van de houder van een kwekersrecht kan niet worden opgenomen in de berekening van de „passende vergoeding” bedoeld in artikel 94, lid 1, van verordening nr. 2100/94.
(1) PB C 30 van 29.1.2011.
Full & Egal Universal Law Academy