28.7.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 227/2
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 14 juni 2012 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Tribunal d’instance de Roubaix — Frankrijk) — Compagnie internationale pour la vente à distance (CIVAD) SA/Receveur des douanes de Roubaix, Directeur régional des douanes et droits indirects de Lille, Administration des douanes
(Zaak C-533/10) (1)
(Communautair douanewetboek - Artikel 236, lid 2 - Terugbetaling van niet wettelijk verschuldigde rechten - Termijn - Verordening (EG) nr. 2398/97 - Definitief antidumpingrecht over invoer van katoenachtig beddenlinnen van oorsprong uit Egypte, India en Pakistan - Verordening (EG) nr. 1515/2001 - Terugbetaling van betaalde antidumpingrechten krachtens later ongeldig verklaarde verordening - Begrip „overmacht” - Datum van ontstaan van verplichting tot terugbetaling van invoerrechten)
2012/C 227/03
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Tribunal d'instance de Roubaix
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Compagnie internationale pour la vente à distance (CIVAD) SA
Verwerende partijen: Receveur des douanes de Roubaix, Directeur régional des douanes et droits indirects de Lille, Administration des douanes
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Tribunal d'instance de Roubaix — Uitlegging van artikel 236, lid 2 (tweede en derde alinea), van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 302, blz. 1) — Verzoek om terugbetaling van antidumpingrechten die zijn betaald op grond van verordening (EG) nr. 2398/97 van de Raad van 28 november 1997 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van katoenachtig beddenlinnen van oorsprong uit Egypte, India en Pakistan (PB L 332, blz. 1), die later ongeldig is verklaard — Onwettigheid die overmacht oplevert — Tijdstip waarop plicht tot kwijtschelding van rechten ontstaat
Dictum
1)
Artikel 236, lid 2, eerste alinea, van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 2700/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2000, moet aldus worden uitgelegd dat de onwettigheid van een verordening geen geval van overmacht in de zin van deze bepaling is, waardoor de termijn van drie jaar waarbinnen een importeur om terugbetaling van de krachtens deze verordening betaalde invoerrechten kan verzoeken, kan worden verlengd.
2)
Artikel 236, lid 2, derde alinea, van verordening nr. 2913/92, zoals gewijzigd bij verordening nr. 2700/2000, moet aldus worden uitgelegd dat de nationale douaneautoriteiten krachtens een verordening van de Unie geïnde antidumpingrechten niet ambtshalve kunnen terugbetalen op basis van de onverenigbaarverklaring door het Orgaan voor geschillenbeslechting van deze verordening met de overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel 1994, opgenomen in bijlage 1 A bij de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), die op 15 april 1994 te Marrakech is ondertekend en is goedgekeurd bij besluit 94/800/EG van de Raad van 22 december 1994 betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap voor wat betreft de onder haar bevoegdheid vallende aangelegenheden, van de uit de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguay-Ronde (1986–1994) voortvloeiende overeenkomsten.
(1) PB C 30 van 29.01.2011.
Full & Egal Universal Law Academy