8.12.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 379/6
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 16 oktober 2012 — Europese Commissie/Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (ETGB)
(Zaak C-614/10) (1)
(Niet-nakoming - Richtlijn 95/46/EG - Verwerking van persoonsgegevens en vrij verkeer van die gegevens - Bescherming van natuurlijke personen - Artikel 28, lid 1 - Nationale toezichthoudende autoriteit - Onafhankelijkheid - Toezichthoudende autoriteit en bondskanselarij - Personele en organisatorische banden)
2012/C 379/09
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: B. Martenczuk en B. R. Killmann, gemachtigden)
Interveniënte aan de zijde van verzoekende partij: Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (ETGB) (vertegenwoordigers: H. Kranenborg, I. Chatelier en H. Hijmans, gemachtigden)
Verwerende partij: Republiek Oostenrijk (vertegenwoordiger: G. Hesse, gemachtigde)
Interveniënte aan de zijde van verwerende partij: Bondsrepubliek Duitsland (vertegenwoordigers: T. Henze en J. Möller, gemachtigden)
Voorwerp
Niet-nakoming — Schending van artikel 28, lid 1, tweede alinea van richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 281, blz. 31) — Verplichting van de lidstaten te verzekeren dat de nationale, met het toezicht op de verwerking van persoonsgegevens belaste toezichthoudende autoriteiten hun opdrachten in volledige onafhankelijkheid vervullen — Nauwe persoonlijke en organisatorische banden tussen de toezichthoudende autoriteit en de kanselarij van de bondskanselier — Onderwerping van de toezichthoudende autoriteit aan toezicht van de bondskanselier
Dictum
1)
Door niet alle nodige maatregelen te nemen om te verzekeren dat de in Oostenrijk geldende wettelijke regeling wat de Datenschutzkommission (commissie voor gegevensbescherming) betreft voldoet aan het criterium van onafhankelijkheid, en meer specifiek, door een regeling in te stellen op grond waarvan
—
de bestuurder van de Datenschutzkommission een federale ambtenaar is die is onderworpen aan bestuurlijk toezicht,
—
het secretariaat van de Datenschutzkommission is geïntegreerd in de diensten van de bondskanselarij, en
—
de bondskanselier een onvoorwaardelijk recht heeft op informatie over alle aspecten van het beheer van de Datenschutzkommission,
is de Republiek Oostenrijk de verplichtingen niet nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 28, lid 1, tweede alinea, van richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens.
2)
De Bondsrepubliek Oostenrijk wordt verwezen in de kosten van de Europese Commissie.
3)
De Bondsrepubliek Duitsland en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming dragen hun eigen kosten.
(1) PB C 72 van 5.3.2011.
Full & Egal Universal Law Academy