22.9.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 287/7
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 12 juli 2012 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Rechtbank ’s-Gravenhage — Nederland) — Solvay SA/Honeywell Fluorine Products Europe BV, Honeywell Belgium NV, Honeywell Europe NV
(Zaak C-616/10) (1)
(Justitiële samenwerking in burgerlijke zaken - Rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen - Verordening (EG) nr. 44/2001 - Rechtsvordering wegens inbreuk op Europees octrooi - Bijzondere en exclusieve bevoegdheden - Artikel 6, punt 1 - Pluraliteit van verweerders - Artikel 22, punt 4 - Betwisting van geldigheid van octrooi - Artikel 31 - Voorlopige of bewarende maatregelen)
2012/C 287/11
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Rechtbank ’s-Gravenhage
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Solvay SA
Verwerende partijen: Honeywell Fluorine Products Europe BV, Honeywell Belgium NV, Honeywell Europe NV
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Rechtbank ’s-Gravenhage — Uitlegging van de artikelen 6, punt 1, 22, punt 4, en 31 van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PB 2001, L 12, blz. 1) — Bijzondere en exclusieve bevoegdheden — Pluraliteit van verweerders — Door de houder van een Europees octrooi aanhangig gemaakte kortgedingprocedure ter verkrijging van een verbod op grensoverschrijdende inbreuk
Dictum
1)
Artikel 6, punt 1, van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, moet aldus worden uitgelegd dat in een situatie waarin twee of meer vennootschappen uit verschillende lidstaten in een procedure aanhangig voor een gerecht van een van die lidstaten, ieder afzonderlijk worden beticht van het plegen van inbreuk op hetzelfde nationale deel van een Europees octrooi zoals dat van kracht is in weer een andere lidstaat, wegens het verrichten van voorbehouden handelingen met betrekking tot hetzelfde product, de mogelijkheid bestaat van onverenigbare beslissingen bij afzonderlijke berechting in de zin van die bepaling. De nationale rechter dient bij de beoordeling of dat risico bestaat alle relevante gegevens van het dossier in de beschouwing te betrekken.
2)
Artikel 22, punt 4, van verordening nr. 44/2001 moet aldus worden uitgelegd dat het in omstandigheden zoals aan de orde in het hoofdgeding niet in de weg staat aan toepassing van artikel 31 van die verordening.
(1) PB C 89 van 19.3.2011.
Full & Egal Universal Law Academy