16.6.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 174/11
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 26 april 2012 (verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door de Administrativen sad — Varna — Bulgarije) — Balkan and Sea Properties ADSITS (C-621/10), Provadinvest OOD (C-129/11)/Direktor na Direktsia „Obzhalvane i upravlenie na izpalnenieto” — Varna pri Tsentralno upravlenie na Natsionalnata agentsia za prihodite
(Gevoegde zaken C-621/10 en C-129/11) (1)
(Btw - Richtlijn 2006/112/EG - Artikelen 73 en 80, lid 1 - Verkoop van onroerende goederen tussen verbonden ondernemingen - Transactiewaarde - Nationale wettelijke regeling die bepaalt dat bij transacties tussen verbonden personen maatstaf van heffing voor btw-doeleinden normale waarde van handeling is)
2012/C 174/15
Procestaal: Bulgaars
Verwijzende rechter
Administrativen sad — Varna
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Balkan and Sea Properties ADSITS (C-621/10), Provadinvest OOD (C-129/11)
Verwerende partij: Direktor na Direktsia „Obzhalvane i upravlenie na izpalnenieto” — Varna pri Tsentralno upravlenie na Natsionalnata agentsia za prihodite
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Administrativen sad — Varna — Bulgarije — Uitlegging van artikel 80, lid 1, sub c, van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347, blz. 1) — Verbonden ondernemingen die een overeenkomst voor de verkoop van onroerende goederen hebben afgesloten — Nationale wettelijke regeling die bepaalt dat bij transacties tussen verbonden personen de maatstaf van heffing voor btw-doeleinden de normale waarde van de transactie is — Methoden tot vaststelling van de normale waarde — Geen recht op btw-aftrek indien de belasting in strijd met de wet is berekend
Dictum
1)
Artikel 80, lid 1, van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde moet aldus worden uitgelegd dat de in dit artikel neergelegde toepassingsvoorwaarden uitputtend zijn geregeld en dat een nationale wettelijke regeling dus niet krachtens deze bepaling kan vaststellen dat de maatstaf van heffing de normale waarde van de handeling is in gevallen die niet in deze bepaling zijn opgesomd, met name wanneer de belastingplichtige recht heeft op volledige aftrek van de belasting over de toegevoegde waarde, hetgeen de nationale rechter dient te verifiëren.
2)
In omstandigheden zoals die in de hoofdgedingen verleent artikel 80, lid 1, van richtlijn 2006/112 de betrokken vennootschappen het recht, zich voor de nationale rechter rechtstreeks op deze bepaling te beroepen, teneinde zich te verzetten tegen de toepassing van nationale wettelijke bepalingen die niet verenigbaar zijn met deze bepaling. Indien de nationale wettelijke regeling niet conform bedoeld artikel 80, lid 1, van deze richtlijn kan worden uitgelegd, moet de nationale rechter iedere daarmee strijdige bepaling van deze wettelijke regeling buiten toepassing laten.
(1) PB C 72 van 5.3.2011.
PB C 145 van 14.5.2011.
Full & Egal Universal Law Academy