31.8.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 252/6
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 11 juli 2013 — Europese Commissie/Republiek Slovenië
(Zaak C-627/10) (1)
(Niet-nakoming - Vervoer - Richtlijn 91/440/EEG - Ontwikkeling van spoorwegen in Gemeenschap - Richtlijn 2001/14/EG - Toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit - Artikel 6, lid 3, en bijlage II van richtlijn 91/440 - Artikel 14, lid 2, van richtlijn 2001/14 - Infrastructuurbeheerder - Betrokkenheid bij opstelling van dienstregeling - Beheer van spoorwegverkeer - Artikel 6, leden 2 tot en met 5, van richtlijn 2001/14 - Ontbreken van stimulansen voor infrastructuurbeheerders om kosten van verschaffing van infrastructuur evenals hoogte van toegangsrechten te verminderen - Artikelen 7, lid 3, en 8, lid 1, van richtlijn 2001/14 - Rechtstreeks uit exploitatie van dienst voortvloeiende kosten - Artikel 11 van richtlijn 2001/14 - Prestatieregeling)
2013/C 252/08
Procestaal: Sloveens
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: H. Støvlbæk, D. Kukovec en M. Žebre, gemachtigden)
Verwerende partij: Republiek Slovenië (vertegenwoordigers: N. Pintar Gosenca, A. Vran en J. Kampoš, gemachtigden)
Interveniënten aan de zijde van de verwerende partij: Tsjechische Republiek (vertegenwoordigers: M. Smolek en T. Müller, gemachtigden), Koninkrijk Spanje (vertegenwoordiger: S. Centeno Huerta, gemachtigde)
Voorwerp
Niet-nakoming — Verzuim om binnen de gestelde termijn alle bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan artikel 6, lid 3, en bijlage II van richtlijn 91/440/EEG van de Raad van 29 juli 1991 betreffende de ontwikkeling van de spoorwegen in de Gemeenschap (PB L 237, blz. 25), zoals gewijzigd, alsmede aan de artikelen 6, leden 2 tot en met 5, 7, lid 3, 8, lid 1, 11, 14, lid 2, en 30, lid 1, van richtlijn 2001/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2001 inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur (PB L 75, blz. 29)
Dictum
1)
Door niet de maatregelen te treffen die noodzakelijk zijn om zich te voegen naar:
—
artikel 6, lid 3, en bijlage II van richtlijn 91/440/EEG van de Raad van 29 juli 1991 betreffende de ontwikkeling van de spoorwegen in de Gemeenschap, zoals gewijzigd bij richtlijn 2004/51/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004, en artikel 14, lid 2, van richtlijn 2001/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2001 inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur, zoals gewijzigd bij richtlijn 2004/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004, en
—
de artikelen 6, leden 2 tot en met 5, 7, lid 3, 8, lid 1, en 11 van richtlijn 2001/14, zoals gewijzigd bij richtlijn 2004/49,
is de Republiek Slovenië de krachtens die bepalingen op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2)
Het beroep wordt verworpen voor het overige.
3)
De Europese Commissie, de Republiek Slovenië, de Tsjechische Republiek en het Koninkrijk Spanje zullen hun eigen kosten dragen.
(1) PB C 103 van 2.4.2011.
Full & Egal Universal Law Academy