6.8.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 232/10
Beschikking van het Hof (Vijfde kamer) van 23 mei 2011 (verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door de Rechtbank van eerste aanleg te Namen — België) — André Rossius (C-267/10), Marc Collard (C-268/10)/Belgische Staat — FOD Financiën
(Gevoegde zaken C-267/10 en C-268/10) (1)
(Artikel 6, lid 1, VEU - Artikel 35 van Handvest van de grondrechten van de Europese Unie - Bezit en verkoop van producten van rooktabak - Nationale bepalingen die heffing van accijnzen op tabakswaren toestaan - Kennelijke onbevoegdheid Hof)
2011/C 232/17
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Rechtbank van eerste aanleg te Namen
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: André Rossius (C-267/10), Marc Collard (C-268/10)
Verwerende partij: Belgische Staat — FOD Financiën
in tegenwoordigheid van: Belgische Staat — Federale overheidsdienst Defensie
Voorwerp
Verzoeken om een prejudiciële beslissing — Rechtbank van eerste aanleg te Namen — Uitlegging van artikel 6, lid 1, eerste alinea, VEU en van artikel 35 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie — Verenigbaarheid, met de doelstelling van bescherming van de menselijke gezondheid, van een nationale regeling die de vervaardiging, de invoer, de verkoopbevordering en de verkoop van producten van rooktabak toestaat, die als zeer schadelijk voor de gezondheid zijn erkend — Geldigheid, vanuit het oogpunt van de genoemde bepalingen, van nationale bepalingen die de heffing van accijns op tabakswaren toestaat
Dictum
Het Hof van Justitie van de Europese Unie is kennelijk onbevoegd om te antwoorden op de vragen die bij beslissingen van 24 maart 2010 door de Rechtbank van eerste aanleg te Namen (België) zijn gesteld.
(1) PB C 221 van 14.8.2010.
Full & Egal Universal Law Academy