27.8.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 252/9
Beschikking van het Hof (Eerste kamer) van 30 juni 2011 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Rechtbank van Koophandel te Dendermonde — België) — Wamo BVBA/JBC NV, Modemakers Fashion NV
(Zaak C-288/10) (1)
(Artikel 104, lid 3, eerste alinea, van Reglement voor de procesvoering - Richtlijn 2005/29/EG - Oneerlijke handelspraktijken - Nationale regeling die aankondigingen van prijsverminderingen en suggesties daarvan verbiedt)
2011/C 252/15
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Rechtbank van Koophandel te Dendermonde
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Wamo BVBA
Verwerende partij: JBC NV, Modemakers Fashion NV
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Rechtbank van Koophandel te Dendermonde — Uitlegging van richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van richtlijn 84/450/EEG van de Raad, richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad („richtlijn oneerlijke handelspraktijken”) (PB L 149, blz. 22) — Nationale bepaling die aankondigingen van prijsverminderingen en suggesties daarvan gedurende bepaalde sperperiodes voor bepaalde sectoren verbiedt
Dictum
Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van richtlijn 84/450/EEG van de Raad, richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad („richtlijn oneerlijke handelspraktijken”), moet aldus worden uitgelegd dat zij zich verzet tegen een nationale bepaling als die welke in het hoofdgeding aan de orde is, die op algemene wijze aankondigingen van prijsverminderingen en suggesties daarvan tijdens de sperperiode verbiedt, voor zover deze bepaling de bescherming van de consumenten beoogt. Het staat aan de verwijzende rechter om te beoordelen of zulks het geval is in het hoofdgeding.
(1) PB C 246 van 11.9.2010.
Full & Egal Universal Law Academy