10.3.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 73/8
Beschikking van het Hof (Derde kamer) van 17 januari 2012 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Højesteret — Denemarken) — Infopaq International A/S/Danske Dagblades Forening
(Zaak C-302/10) (1)
(Auteursrechten - Informatiemaatschappij - Richtlijn 2001/29/EG - Artikel 5, leden 1 en 5 - Werken van letterkunde en kunst - Reproductie van korte fragmenten van werken van letterkunde - Persartikelen - Tijdelijke reproducties van voorbijgaande aard - Technisch procedé bestaande in scannen en in tekstbestand converteren van artikelen, elektronisch verwerken van reproductie en in geheugen opslaan van deel van deze reproductie - Tijdelijke reproductiehandelingen die integraal en essentieel onderdeel van dergelijk technisch procedé vormen - Doel van deze handelingen bestaand in rechtmatig gebruik van werk of beschermd materiaal - Zelfstandige economische waarde van die handelingen)
2012/C 73/12
Procestaal: Deens
Verwijzende rechter
Højesteret
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Infopaq International A/S
Verwerende partij: Danske Dagblades Forening
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Højesteret — Uitlegging van artikel 2 en artikel 5, leden 1 en 5, van richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij (PB L 167, blz. 10) — Onderneming met als belangrijkste activiteit het opstellen van samenvattingen van krantenartikelen via scanning — Opslaan van een artikelfiche bestaande uit een zoekterm met de vijf woorden ervoor en de vijf woorden erna — Tijdelijke reproductiehandelingen die een integraal en essentieel onderdeel van een technisch procedé vormen
Dictum
1)
Artikel 5, lid 1, van richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij moet aldus worden uitgelegd dat in het kader van een zogenoemd „data-captureprocedé” verrichte tijdelijke reproductiehandelingen als die welke in het hoofdgeding aan de orde zijn,
voldoen aan de voorwaarde dat deze handelingen een integraal en essentieel onderdeel van een technisch procedé moeten vormen, ondanks het feit dat zij aan het begin en aan het einde van dit procedé worden verricht en menselijke tussenkomst vereisen;
voldoen aan de voorwaarde dat de reproductiehandelingen als enig doel moeten hebben, rechtmatig gebruik van een werk of van beschermd materiaal mogelijk te maken;
voldoen aan de voorwaarde dat deze handelingen geen zelfstandige economische waarde mogen bezitten, wanneer enerzijds door het verrichten van die handelingen geen extra winst kan worden gemaakt die boven op de winst komt die uit het rechtmatige gebruik van het beschermde werk wordt gehaald, en anderzijds de tijdelijke reproductiehandelingen niet op een wijziging van het werk uitlopen.
2)
Artikel 5, lid 5, van richtlijn 2001/29 moet aldus worden uitgelegd dat in het kader van een zogenoemd „data-captureprocedé” verrichte tijdelijke reproductiehandelingen als die welke in het hoofdgeding aan de orde zijn, moeten worden geacht te voldoen aan de voorwaarde dat de reproductiehandelingen geen afbreuk mogen doen aan de normale exploitatie van het werk en de wettige belangen van de rechthebbende niet onredelijk mogen schaden, wanneer zij voldoen aan alle voorwaarden van artikel 5, lid 1, van deze richtlijn.
(1) PB C 221 van 14.8.2010.
Full & Egal Universal Law Academy