28.1.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 25/22
Beschikking van het Hof (Vijfde kamer) van 22 september 2011 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Rechtbank van eerste aanleg te Luik — België) — Hubert Pagnoul/Belgische Staat
(Zaak C-314/10) (1)
(Artikelen 92, lid 1, 103, lid 1, en 104, lid 3, eerste alinea, van Reglement voor de procesvoering - Prejudiciële verwijzing - Onderzoek van overeenstemming van nationaal voorschrift met zowel Unierecht als nationale Grondwet - Nationale regeling die voorziet in voorrang van incidentele procedure voor grondwettigheidstoetsing - Handvest van grondrechten van Europese Unie - Noodzakelijke band met Unierecht - Kennelijke onbevoegdheid van Hof)
2012/C 25/37
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Rechtbank van eerste aanleg te Luik
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Hubert Pagnoul
Verwerende partij: Belgische Staat
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Rechtbank van eerste aanleg te Luik — Uitlegging van artikel 6 VEU, artikel 267 VWEU en artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie — Verplichting voor de nationale rechterlijke instanties om zich eerst tot het Grondwettelijk Hof te wenden ingeval van een vermeende schending van de fundamentele rechten door een nationale wet — Verenigbaarheid met het Unierecht van de nationale bepaling die deze verplichting tot voorafgaande adiëring oplegt — Mogelijkheid voor de nationale rechterlijke instanties om de verenigbaarheid van nationale normen met internationale verdragen te toetsen wanneer de constitutionele rechter de betrokken nationale wet verenigbaar heeft verklaard met de door de Grondwet gewaarborgde grondrechten
Dictum
Het Hof van Justitie van de Europese Unie is kennelijk onbevoegd om te antwoorden op de prejudiciële vraag die door de Rechtbank van eerste aanleg te Luik (België) is gesteld.
(1) PB C 246 van 11.9.2010.
Full & Egal Universal Law Academy