14.4.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 109/3
Beschikking van het Hof (Zesde kamer) van 22 november 2011 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bayerische Verwaltungsgerichtshof — Duitsland) — Wolfgang Köppl/Freistaat Bayern
(Zaak C-590/10) (1)
(Artikel 104, lid 3, eerste alinea, van het Reglement voor de procesvoering - Richtlijn 91/439/EEG - Artikelen 1, lid 2, en 8, leden 2 en 4 - Artikel 7, lid 1 - Onderlinge erkenning van rijbewijzen - Intrekking van nationale rijbevoegdheid - Afgifte van rijbewijs van categorie B door andere lidstaat - Niet-naleving van verblijfsvoorwaarde - Latere afgifte, door dezelfde lidstaat, van rijbewijs van categorie C - Naleving van verblijfsvoorwaarde - Verplichting houder te zijn van geldig rijbewijs voor voertuigen van categorie B op moment van afgifte van rijbewijs voor voertuigen van categorie C)
2012/C 109/04
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Bayerischer Verwaltungsgerichtshof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Wolfgang Köppl
Verwerende partij: Freistaat Bayern
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Bayerischer Verwaltungsgerichtshof — Uitlegging, tegen de achtergrond van artikel 2, lid 1, en artikel 3, lid 1, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, van artikel 1, lid 2, en artikel 8, leden 2 en 4, van richtlijn 91/439/EEG van de Raad van 29 juli 1991 betreffende het rijbewijs (PB L 237, blz. 1) — Door een lidstaat in strijd met de verblijfsvoorwaarde aan een onderdaan van een andere lidstaat, na intrekking van zijn nationaal rijbewijs en na het verstrijken van de periode van het verbod om een nieuw rijbewijs aan te vragen, afgegeven rijbewijs van categorie B — Latere afgifte door dezelfde lidstaat van een rijbewijs van categorie C met inachtneming van de verblijfsvoorwaarde — Mogelijkheid van de lidstaat van verblijfplaats te weigeren de geldigheid van deze rijbewijzen te erkennen
Dictum
Artikel 1, lid 2, en artikel 8, leden 2 en 4, van richtlijn 91/439/EEG van de Raad van 29 juli 1991 betreffende het rijbewijs, zoals gewijzigd door richtlijn 2000/56/EG van de Commissie van 14 september 2000, verzetten zich niet tegen een weigering van een lidstaat om de geldigheid van door een andere lidstaat verleende rijbevoegdheden voor voertuigen van categorie B en C te erkennen ten aanzien van een persoon tegen wie de eerste lidstaat voordien maatregelen in de zin van artikel 8, lid 2, van deze richtlijn heeft getroffen, wanneer de rijbevoegdheid voor voertuigen van categorie B, in de tweede lidstaat blijkens de vermeldingen van het op basis van deze rijbevoegdheid afgegeven rijbewijs werd verleend in strijd met de voorwaarde van de gewone verblijfplaats voorzien in artikel 7, lid 1, sub b, van de genoemde richtlijn en wanneer de rijbevoegdheid voor voertuigen van categorie C werd verleend op basis van de eerste rijbevoegdheid zonder dat de niet-naleving van de genoemde voorwaarde van de gewone verblijfplaats blijkt uit het nieuwe rijbewijs dat uit hoofde van deze rijbevoegdheid werd afgegeven voor voertuigen van categorie C.
(1) PB C 95 van 26.3.2011.
Full & Egal Universal Law Academy