Arrest van het Hof (Achtste kamer) van 19 april 2012 — Commissie/Nederland
(Zaak C‑141/10)
„Niet-nakoming — Artikelen 39 EG tot en met 42 EG — Vrij verkeer van personen — Verordening (EEG) nr. 1408/71 — Sociale zekerheid van migrerende werknemers — Weigering om bepaalde uitkeringen te betalen — Werknemers die op olieboorplatforms in Nederland werken — Ontvankelijkheid van beroep”
Procedure — Inleidend verzoekschrift — Vormvereisten — Vaststelling van voorwerp van geschil — Summiere uiteenzetting van aangevoerde middelen — Ondubbelzinnige formulering van conclusies van verzoeker (Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 38, lid 1, sub c) (cf. punten 15‑22)
Voorwerp
Niet-nakoming — Schending van artikel 3, lid 1, en artikel 13, lid 2, sub a, van verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PB L 149, blz. 2), en van de artikelen 45 tot en met 48 VWEU — Weigering om bepaalde uitkeringen toe te kennen aan staatsburgers van andere lidstaten van de Europese Unie die werkzaam zijn op boorplatforms in Nederland
Dictum
1)
Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.
2)
De Europese Commissie wordt verwezen in de kosten.
3)
De Portugese Republiek draagt haar eigen kosten.
Full & Egal Universal Law Academy