Zaak C‑152/10
Unomedical A/S
tegen
Skatteministeriet
(verzoek van het Højesteret om een prejudiciële beslissing)
„Gemeenschappelijk douanetarief – Tariefindeling – Gecombineerde nomenclatuur – Opvangzakken voor dialyse, vervaardigd uit kunststof, uitsluitend bestemd voor dialysemachines (kunstnieren) – Urineopvangzakken van kunststof uitsluitend bestemd voor catheters – Posten 9018 en 3926 – Begrippen ‚delen’ en ‚toebehoren’ – Andere artikelen van kunststof”
Samenvatting van het arrest
1. Gemeenschappelijk douanetarief – Tariefposten – Opvangzakken voor dialyse, vervaardigd uit kunststof en uitsluitend bestemd voor dialysemachines (kunstnieren) – Urineopvangzakken, vervaardigd uit kunststof en uitsluitend bestemd voor catheters
(Verordening nr. 2658/87 van de Raad, bijlage I)
2. Gemeenschappelijk douanetarief – Tariefposten – Uitlegging – Beroep op indelingsadviezen van Comité douanewetboek en Comité van Werelddouaneorganisatie
1. De gecombineerde nomenclatuur, die is opgenomen in bijlage I bij verordening nr. 2658/87 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, moet aldus worden uitgelegd dat een uit kunststof vervaardigde opvangzak voor dialyse die speciaal is ontworpen om te worden gebruikt met een dialysemachine (kunstnier) en slechts op deze wijze kan worden gebruikt, tussen mei 2001 en december 2003 als „kunststof en werken daarvan” moest worden ingedeeld onder postonderverdeling 3926 90 99 van deze nomenclatuur, en dat een urineopvangzak van kunststof die speciaal is ontworpen om te worden gebruikt met een catheter en dus slechts op deze wijze kan worden gebruikt, in dezelfde periode als „kunststof en werken daarvan” moest worden ingedeeld onder postonderverdeling 3926 90 99 van deze nomenclatuur.
Geen van deze producten kan worden gekwalificeerd als „deel” of „toebehoren” van een catheter (postonderverdeling 9018 39 00) of een dialysemachine (kunstnier) (postonderverdeling 9018 90 30), aangezien enerzijds noch de urineopvangzak voor catheters noch de opvangzak voor dialysemachines onmisbaar is voor de werking van deze instrumenten, apparaten of toestellen en anderzijds deze zakken die instrumenten, apparaten en toestellen niet geschikt maken voor een bijzondere werkzaamheid, en er evenmin extra mogelijkheden aan geven of ze geschikt maken voor een bijzondere dienst in verband met hun hoofdfunctie.
(cf. punten 35‑36, 38, 43 en dictum)
2. De interpretatieve adviezen van het Comité douanewetboek en van het comité van de Werelddouaneorganisatie over de indeling van de producten in de gecombineerde nomenclatuur of in het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen die geen aanleiding hebben gegeven tot de vaststelling van een verordening, kunnen geldig worden gebruikt in de vóór de vaststelling van deze adviezen ontstane en gevormde rechtsverhoudingen.
(cf. punt 42)
ARREST VAN HET HOF (Zevende kamer)
16 juni 2011 (*)
„Gemeenschappelijk douanetarief – Tariefindeling – Gecombineerde nomenclatuur – Opvangzakken voor dialyse van kunststof uitsluitend bestemd voor dialysemachines (kunstnieren) – Urineopvangzakken van kunststof uitsluitend bestemd voor catheters – Posten 9018 en 3926 – Begrippen ‚delen’ en ‚toebehoren’ – Andere artikelen van kunststof”
In zaak C‑152/10,
betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door het Højesteret (Denemarken) bij beslissing van 8 maart 2010, ingekomen bij het Hof op 31 maart 2010, in de procedure
Unomedical A/S
tegen
Skatteministeriet,
wijst
HET HOF (Zevende kamer),
samengesteld als volgt: D. Šváby, kamerpresident, G. Arestis (rapporteur) en J. Malenovský, rechters,
advocaat-generaal: P. Cruz Villalón,
griffier: A. Calot Escobar,
gezien de stukken en na de terechtzitting op 3 maart 2011,
gelet op de opmerkingen van:
– Unomedical A/S, vertegenwoordigd door A. Hedetoft en M. Andersen, advokater,
– de Deense regering, vertegenwoordigd door B. Weis Fogh als gemachtigde, bijgestaan door K. Lundgaard Hansen, advokat,
– de Europese Commissie, vertegenwoordigd door L. Bouyon als gemachtigde, bijgestaan door N. Fenger, hoogleraar,
gelet op de beslissing, de advocaat-generaal gehoord, om de zaak zonder conclusie te berechten,
het navolgende
Arrest
1 Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van de gecombineerde nomenclatuur die is opgenomen in bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256, blz. 1), in de op het hoofdgeding toepasselijke versies (hierna: „GN”) en in het bijzonder de betekenis van de begrippen „delen” en „toebehoren” in GN-hoofdstuk 90.
2 Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen Unomedical A/S (hierna: „Unomedical”) en Skatteministeriet (ministerie van Belastingen en Accijnzen) over de tariefindeling van urineopvangzakken voor catheters en opvangzakken voor dialysemachines.
Toepasselijke bepalingen
GN
3 De GN is gebaseerd op het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen (hierna: „GS”), dat is opgesteld door de Internationale Douaneraad, thans de Werelddouaneorganisatie, en is ingevoerd bij het Internationaal Verdrag betreffende het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen, dat op 14 juni 1983 is gesloten te Brussel (hierna: „GS-verdrag”) en namens de Europese Economische Gemeenschap bij besluit 87/369/EEG van de Raad van 7 april 1987 met het daarbij behorende protocol van wijziging van 24 juni 1986 (PB L 198, blz. 1) is goedgekeurd.
4 De algemene regels voor de interpretatie van de GN staan in het eerste deel, titel I, A, ervan. Deze regels komen overeen in alle op het hoofdgeding toepasselijke versies en bepalen met name:
„Voor de indeling van goederen in de [GN] gelden de volgende bepalingen.
1. De tekst van de opschriften van de afdelingen, van de hoofdstukken en van de onderdelen van hoofdstukken wordt geacht slechts als aanwijzing te gelden; voor de indeling zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken en – voor zover dit niet in strijd is met de bewoordingen van bedoelde posten en aantekeningen – de navolgende regels.
[...]
6. Voor de indeling van goederen onder de onderverdelingen van een post zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van die onderverdelingen en de aanvullende aantekeningen, alsmede ‚mutatis mutandis’ de vorenstaande regels, met dien verstande dat uitsluitend onderverdelingen van gelijke rangorde met elkaar kunnen worden vergeleken. Voor de toepassing van deze regel en voor zover niet anders is bepaald, zijn de aantekeningen op de afdelingen en op de hoofdstukken eveneens van toepassing.”
5 Het tweede deel van de GN, afdeling VII, hoofdstuk 39, betreft de indeling van „kunststof en werken daarvan”.
6 Ten tijde van de feiten in het hoofdgeding, namelijk tussen mei 2001 en december 2003, omvatte dit hoofdstuk 39 met name de volgende posten en postonderverdelingen:
„3926 Andere artikelen van kunststof [...]
3926 90 – andere: [...]
3926 90 99 – – andere.”
7 Met name blijkens aantekening 2, sub r, bij GN-hoofdstuk 39 omvat dit hoofdstuk niet de „artikelen bedoeld bij hoofdstuk 90 (bijvoorbeeld optische elementen, brilmonturen, tekeninstrumenten)”.
8 Het tweede deel van de GN, afdeling XVIII, hoofdstuk 90, betreft met name de indeling van „medische en chirurgische instrumenten, apparaten en toestellen; delen en toebehoren van deze instrumenten, apparaten en toestellen”.
9 Wat in het bijzonder post 9018 betreft, bepaalde de GN ten tijde van de feiten:
„9018 Instrumenten, apparaten en toestellen voor de geneeskunde, voor de chirurgie, voor de tandheelkunde of voor de veeartsenijkunde, daaronder begrepen scintigrafische en andere elektromedische apparaten en toestellen, alsmede apparaten en toestellen voor onderzoek van het gezichtsvermogen:
[...]
9018 20 00 – [...]
– Spuiten, naalden, catheters, canules en dergelijke instrumenten:
[...]
9018 39 00 – – andere
[...]
9018 90 – andere instrumenten, apparaten en toestellen:
[...]
9018 90 30 – – kunstnieren.”
10 De aantekeningen bij GN-hoofdstuk 90 zetten over de delen en toebehoren van de tot dit hoofdstuk behorende artikelen met name nader het volgende uiteen:
„2. Behoudens het bepaalde in aantekening 1 hiervoor, worden delen en toebehoren van de bij dit hoofdstuk bedoelde machines, apparaten, toestellen, instrumenten of artikelen ingedeeld met inachtneming van de volgende regels:
a) delen en toebehoren die als zodanig onder een der posten van dit hoofdstuk of van hoofdstuk 84, 85 of 91 (met uitzondering van de posten 8487, 8548 en 9033) kunnen worden ingedeeld, blijven onder die posten ingedeeld;
b) delen en toebehoren niet bedoeld onder a) hiervoor, waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor een bepaalde machine of voor een bepaald instrument, apparaat of toestel, dan wel voor verschillende onder eenzelfde post vallende machines, instrumenten, apparaten of toestellen (die bedoeld bij de posten 9010, 9013 en 9031 daaronder begrepen), worden ingedeeld onder de post waaronder deze machines, instrumenten, apparaten of toestellen vallen;
c) andere delen en toebehoren worden ingedeeld onder post 9033.”
GS-toelichting bij post 8473
11 Op basis van artikel 6, lid 1, van het GS-verdrag is bij de Internationale Douaneraad onder de naam „Comité voor het geharmoniseerde systeem” een comité ingesteld dat is samengesteld uit vertegenwoordigers van elk van de verdragsluitende partijen. Dit comité heeft onder meer tot taak, wijzigingen van dit verdrag voor te stellen, alsmede toelichtingen, indelingsadviezen en andere adviezen voor de interpretatie van het GS op te stellen.
12 Krachtens artikel 3, lid 1, van het GS-verdrag verbindt elke verdragsluitende partij zich om haar tariefnomenclatuur en haar statistieknomenclaturen in overeenstemming te doen zijn met het GS, om alle posten en onderverdelingen ervan, zonder enige toevoeging of wijziging, alsmede de daarop betrekking hebbende numerieke codes te gebruiken en om de volgorde van nummering van het systeem in acht te nemen. Elke verdragsluitende partij verbindt zich ook om de algemene regels voor de interpretatie van het GS, alsmede alle aantekeningen op de afdelingen, de hoofdstukken en de onderverdelingen van het GS toe te passen en de draagwijdte daarvan niet te wijzigen.
13 De GS-toelichting bij GS-post 8473 luidt:
„Het in deze post bedoelde toebehoren bestaat uit een verwisselbare uitrusting waardoor de machines voor speciale werkzaamheden kunnen worden aangepast of uit mechanismen die ze geschikt maken voor bijkomende werkzaamheden of voor bijzondere werkzaamheden die verband houden met de hoofdfunctie van de machine.”
Hoofdgeding en prejudiciële vragen
14 Unomedical voerde tussen mei 2001 en december 2003 in Denemarken urineopvangzakken voor catheters en opvangzakken voor dialysemachines in.
15 Volgens de verwijzende rechter zijn de urineopvangzakken voor catheters zakken met twee liter inhoud voor bedlegerige patiënten. Zij worden vervaardigd uit kunststoffolie en gespuitgiete kunststofcomponenten. De zakken zijn ontworpen om met een standaardballoncatheter te worden gebruikt, maar worden zonder catheter geïmporteerd en verkocht. Zij dienen voor het opvangen van urine, verzekeren tegelijk een steriel milieu rond de catheter en zijn zodanig ontworpen dat observatie, meting en urinemonsterafname mogelijk is.
16 Op een slangetje bovenaan deze zakken is een canule gelijmd, die is berekend op de uitvloei van de urine. Een aansluitstuk op een van de uiteinden van de canule is bestemd voor aansluiting op een standaardballoncatheter alsook voor urinemonsterafname. Bovendien voorkomt een terugslagventiel in de zakken dat de urine van de zak terugvloeit in de blaas van de patiënt. Voorts dient een slangetje aan het onderste uiteinde van de zakken als afloopventiel om ze te legen. Deze zakken worden geregeld geleegd en in beginsel ten minste eenmaal per week vernieuwd.
17 De opvangzakken voor dialysemachines zijn, aldus de verwijzende rechter, zakken voor hemodialyse, die speciaal zijn ontworpen om te passen op een dialysemachine die tot doel heeft het bloed van de patiënt te zuiveren en te scheiden van overtollig lichaamsvocht wanneer de eigen nieren van de patiënt zulks niet meer kunnen. Deze kunststofzakken met 2 liter inhoud vangen het door de dialysemachine gefilterde overtollige vocht op. Deze zakken hangen tijdens het gebruik aan een haak onderaan de dialysemachine en worden via een slangetje aan het uiteinde waaraan een aansluitstuk bevestigd is, aangesloten op het apparaat zelf.
18 De dialysemachines zijn in het algemeen voorzien van een mechanisme dat de dialyse elektronisch belet of onderbreekt bij een breuk in het gesloten systeem als gevolg van een gebrek aan luchtdichtheid of van de aanwezigheid van lucht in de canules. Ook zijn de dialysemachines ontworpen om te stoppen en alarm te slaan bij een overvolle dialysezak of onjuiste aanbrenging van deze zakken.
19 Voor de invoer van deze goederen tussen 1 mei 2001 en 31 december 2003 vorderde de regionale douanedienst Nordsjælland te Helsingør (Told-Skat Nordsjælland, Region Helsingør), die van oordeel was dat de zakken moesten worden ingedeeld onder GN-postonderverdeling 3926 90 99 als „kunststof en werken daarvan”, een douanerecht van 6,5 % krachtens verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 302, blz. 1), zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 82/97 van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 1996 (PB 1997, L 17, blz. 1, en rectificatie in PB 1997, L 179, blz. 11; hierna: „douanewetboek”).
20 Unomedical, volgens wie de ingevoerde zakken moesten worden ingedeeld onder GN-postonderverdelingen 9018 39 00 voor de urineopvangzakken voor catheters respectievelijk 9018 90 30 voor de opvangzakken voor dialysemachines als „delen” en/of „toebehoren” van een catheter of een dialysemachine in de zin van hoofdstuk 90 van deze nomenclatuur en dus worden vrijgesteld van douanerechten, betwistte deze beslissing voor het Landsskatteret. Dit laatste bevestigde bij beschikking van 15 november 2005 de beslissing van de Told‑Skat Nordsjælland, Region Helsingør.
21 Unomedical maakte de zaak daarop aanhangig bij het Østre Landsret, dat het beroep bij arrest van 19 december 2007 verwierp. Deze rechter verwees in zijn beslissing met name naar het arrest van het Hof van 7 februari 2002, Turbon International (C‑276/00, Jurispr. blz. I‑1389), waarin het Hof de begrippen „delen” en „toebehoren” definieerde wat GN-tariefpost 8473 betreft, en was van oordeel dat er onvoldoende grond was om de definities van deze begrippen op andere tariefposten te kunnen toepassen.
22 Volgens het Østre Landsret hing de werking van een catheter evenwel niet af van de aanbrenging van een urineopvangzak als in het hoofdgeding en kon dit soort zak niet worden beschouwd als een „toebehoren” van een catheter. De zakken voor dialysemachines droegen volgens deze rechter niet bij aan het dialyseproces zelf en konden dus niet worden beschouwd als een „deel” van deze apparaten. Bijgevolg, aldus het Østre Landsret, moesten deze twee soorten zakken worden ingedeeld onder GN-hoofdstuk 39 als „kunststof en werken daarvan”. Unomedical maakte de zaak daarop aanhangig bij het Højesteret.
23 Van oordeel dat de indeling van de zakken in het hoofdgeding afhangt van de uitlegging van de begrippen „delen” en „toebehoren” in GN-hoofdstuk 90, heeft het Højesteret de behandeling van de zaak opgeschort en het Hof de volgende prejudiciële vragen gesteld:
„1) Moet een dialysezak van kunststof die speciaal is ontworpen voor en alleen kan worden gebruikt met een dialysemachine, worden ingedeeld onder
– [GN-]hoofdstuk 90, postonderverdeling [9018 90 30], als een ‚deel’ en/of ‚toebehoren’ van een dialysemachine, in de zin van aantekening 2, sub b, van hoofdstuk 90 van het gemeenschappelijke douanetarief,
of
– [GN-]hoofdstuk 39, postonderverdeling 3926 90 99, als ‚kunststof’ of ‚werken daarvan’?
2) Moet een urineopvangzak van kunststof die speciaal is ontworpen voor en alleen kan worden en in feite uitsluitend wordt gebruikt met een catheter, worden ingedeeld onder
– [GN-]hoofdstuk 90, postonderverdeling [9018 39 00], als een ‚deel’ en/of ‚toebehoren’ van een catheter, in de zin van aantekening 2, sub b, van hoofdstuk 90 van het gemeenschappelijke douanetarief,
of
– [GN-]hoofdstuk 39, postonderverdeling 3926 90 99, als ‚kunststof’ of ‚werken daarvan’?”
Beantwoording van de prejudiciële vragen
24 Met zijn twee vragen die samen moeten worden onderzocht, wenst de verwijzende rechter in wezen van het Hof te vernemen of voor de periode van 1 mei 2001 tot 31 december 2003 opvangzakken van kunststof moeten worden beschouwd als „delen” en/of „toebehoren” van een catheter of een dialysemachine en dus onder GN-post 9018 vallen of onder GN-post 3926 als „artikelen van kunststof” moeten worden ingedeeld.
25 Dienaangaande dient er meteen aan te worden herinnerd dat volgens vaste rechtspraak van het Hof in het belang van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in de regel moet worden gezocht in de objectieve kenmerken en eigenschappen ervan, zoals deze in de tekst van de GN-posten en in de aantekeningen bij de afdelingen of hoofdstukken zijn omschreven (zie met name arresten van 18 juli 2007, Olicom, C‑142/06, Jurispr. blz. I‑6675, punt 16; 19 februari 2009, Kamino International Logistics, C‑376/07, Jurispr. blz. I‑1167, punt 31, en 14 april 2011, British Sky Broadcasting Group en Pace, C‑288/09 en C‑289/09, nog niet gepubliceerd in de Jurisprudentie, punt 60).
26 In casu moeten de opvangzakken van kunststof in het hoofdgeding, gelet op hun fysieke kenmerken, in beginsel worden ingedeeld onder GN-hoofdstuk 39. Ingevolge aantekening 2, sub r, van GN-hoofdstuk 39 bevat dit hoofdstuk evenwel niet de artikelen van GN-hoofdstuk 90. Van belang is dus na te gaan of de goederen in het hoofdgeding kunnen worden ingedeeld onder dit hoofdstuk 90 en in het bijzonder onder GN-post 9018.
27 In navolging van de partijen in het hoofdgeding dient te worden opgemerkt dat de catheters en dialysemachines worden ingedeeld onder GN-post 9018 als „[i]nstrumenten, apparaten en toestellen voor de geneeskunde”. De urineopvangzakken voor catheters en de opvangzakken voor dialysemachines kunnen dus slechts onder GN-post 9018 worden ingedeeld op voorwaarde dat deze zakken kunnen worden beschouwd als „delen” of „toebehoren” van een catheter respectievelijk een dialysemachine.
28 In die zin luidt aantekening 2, sub b, van GN-hoofdstuk 90: „delen en toebehoren [...], waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor een bepaalde machine of voor een bepaald instrument, apparaat of toestel, dan wel voor verschillende onder eenzelfde post vallende machines, instrumenten, apparaten of toestellen [...], worden ingedeeld onder de post waaronder deze machines, instrumenten, apparaten of toestellen vallen.”
29 Dienaangaande dient in navolging van de verwijzende rechter te worden vastgesteld dat verordening nr. 2658/87 in de op het hoofdgeding toepasselijke versies de begrippen „delen” en „toebehoren” in de zin van GN-hoofdstuk 90 niet definieert. Het Hof wees in een uitspraak over de draagwijdte van deze begrippen ter zake van GN-post 8473 voor de indeling van inktcartridges voor een printer, er evenwel op dat het begrip „delen” de aanwezigheid impliceert van een geheel voor de werking waarvan deze delen onmisbaar zijn, en het begrip „toebehoren” de aanwezigheid impliceert van een verwisselbare uitrusting waardoor een apparaat voor speciale werkzaamheden kan worden aangepast of die het geschikt maakt voor bijkomende mogelijkheden of voor bijzondere werkzaamheden die verband houden met de hoofdfunctie van de machine (zie arrest Turbon International, reeds aangehaald, punten 30 en 32).
30 In casu wettigt niets de conclusie dat deze begrippen niet op dezelfde wijze in het kader van de GN-posten 8473 en 9018 kunnen worden gedefinieerd. Bovendien garandeert de toepassing van dezelfde definities voor deze twee posten een coherente en uniforme toepassing van het gemeenschappelijk douanetarief.
31 Dienaangaande dient, wat het begrip „delen” betreft, te worden opgemerkt dat het Hof in het arrest van 15 februari 2007, RUMA (C‑183/06, Jurispr. blz. I‑1559, punt 31), reeds in de gelegenheid was dit begrip zoals bepaald in het arrest Turbon International, voor GN-post 8473 in het kader van een vraag over de indeling van een product onder verschillende postonderverdelingen van GN-hoofdstuk 85 te gebruiken.
32 Betreffende het begrip „toebehoren” verwees het Hof in het arrest Turbon International, reeds aangehaald, naar de termen van de GS-toelichting betreffende GN-post 8473 om dit begrip te definiëren.
33 Het is vaste rechtspraak dat zowel de aantekeningen bij de hoofdstukken van het gemeenschappelijk douanetarief als de GS-toelichtingen belangrijke middelen vormen ter verzekering van een uniforme toepassing van dit tarief en als waardevolle hulpmiddelen bij de uitlegging ervan kunnen worden beschouwd (zie met name arrest van 20 november 1997, Wiener SI, C‑338/95, Jurispr. blz. I‑6495, punt 11, en arrest Turbon International, reeds aangehaald, punt 22). Behalve aanwijzing van het tegendeel dient de in het arrest Turbon International aan het begrip „toebehoren” gegeven definitie, die berust op een GS-toelichting op post 8473, dus te worden toegepast op GN-post 9018.
34 Bovendien dient ook te worden opgemerkt dat aantekening 2, sub a, van GN-hoofdstuk 90 inzake de GN-hoofdstukken 84, 85, 90 en 91 verwijst naar de begrippen „delen” en „toebehoren”, waaruit dus valt af te leiden dat deze begrippen in deze hoofdstukken dezelfde betekenis hebben.
35 Geen van de producten in het hoofdgeding kan worden gekwalificeerd als „deel” of „toebehoren” van een catheter (postonderverdeling 9018 39 00) respectievelijk een dialysemachine (kunstnier) (postonderverdeling 9018 90 30).
36 Noch de urineopvangzak voor catheters noch de opvangzak voor dialysemachines zijn onmisbaar voor de werking van deze instrumenten, apparaten of toestellen. De werking van een catheter lijkt namelijk niet af te hangen van de aanwezigheid van een urineopvangzak net als die van een dialysemachine niet afhangt van de aanwezigheid van een opvangzak voor dialyse aangezien het bloedzuiveringsproces is voltooid wanneer de zak, die alleen dient om afvalvocht op te vangen, gebruikt wordt (zie naar analogie arrest van 19 oktober 2000, Peacock, C‑339/98, Jurispr. blz. I‑8947, punt 21, en arrest Turbon International reeds aangehaald, punt 30).
37 Dat de dialysemachine slechts in aanwezigheid van een dergelijke zak werkt, laat deze vaststelling onverlet. Dienaangaande volstaat de vaststelling, zoals de Europese Commissie opmerkt, dat het dialyseproces bij afwezigheid van het op dit toestel voorziene veiligheidsmechanisme zonder zak zou kunnen werken daar dit veiligheidsmechanisme alleen een verbinding tussen het apparaat en deze zak is (zie naar analogie arrest van 26 oktober 2006, Turbon International, C‑250/05, Jurispr. blz. I‑10351, punt 23).
38 Evenmin maken deze zakken voormelde instrumenten, apparaten en toestellen geschikt voor een bijzondere werkzaamheid, geven zij er extra mogelijkheden aan of maken zij ze geschikt voor een bijzondere dienst in verband met hun hoofdfunctie. Een op een catheter aangesloten opvangzak heeft namelijk alleen tot taak om het afvalvocht op te vangen nadat de catheter zelf zijn eigen functie heeft vervuld om de urine uit de blaas op te vangen. Een opvangzak voor een dialysemachine maakt dit apparaat niet geschikt voor andere functies dan waarvoor het is bestemd, namelijk bloed zuiveren.
39 Gelet op de voorgaande overwegingen kunnen goederen als die in het hoofdgeding niet worden ingedeeld onder GN-hoofdstuk 90. Zij dienen dus te worden ingedeeld onder GN-post 3926 als „artikelen van kunststof” en meer bepaald onder GN-postonderverdeling 3926 90 99.
40 Een dergelijke indeling vindt overigens bevestiging in indelingsadviezen van het Comité douanewetboek en het GS-comité die het soort zakken in het hoofdgeding indelen onder GN-post 3926.
41 Dienaangaande blijkt uit de rechtspraak van het Hof dat de adviezen van deze twee comités, al zijn zij rechtens niet bindend, toch belangrijke middelen vormen ter verzekering van een uniforme toepassing van het douanewetboek door de douaneautoriteiten van de lidstaten en als zodanig als waardevolle hulpmiddelen bij de uitlegging van dit wetboek kunnen worden beschouwd (zie in die zin arresten van 6 december 2007, Van Landeghem, C‑486/06, Jurispr. blz. I‑10661, punt 25, en 22 mei 2008, Ecco Sko, C‑165/07, Jurispr. blz. I‑4037, punt 47).
42 Bovendien zijn deze uitleggingsadviezen die geen aanleiding gaven tot de vaststelling van een verordening, anders dan Unomedical betoogt, geldig bruikbaar in de vóór de vaststelling van deze adviezen ontstane en gevormde rechtsverhoudingen.
43 Bijgevolg dient op de gestelde vragen te worden geantwoord dat de GN aldus moet worden uitgelegd dat een kunststof opvangzak voor dialyse die speciaal is ontworpen om te worden gebruikt met een dialysemachine (kunstnier) en slechts op deze wijze kan worden gebruikt, tussen mei 2001 en december 2003 moest worden ingedeeld onder postonderverdeling 3926 90 99 van deze nomenclatuur als „kunststof en werken daarvan”, en dat een urineopvangzak van kunststof die speciaal is ontworpen om te worden gebruikt met een catheter en dus slechts op deze wijze kan worden gebruikt, voor dezelfde periode moest worden ingedeeld onder postonderverdeling 3926 90 99 van deze nomenclatuur als „kunststof en werken daarvan”.
Kosten
44 Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.
Het Hof (Zevende kamer) verklaart voor recht:
De gecombineerde nomenclatuur die is opgenomen in bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief‑ en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, in de op het hoofdgeding toepasselijke versies, moet aldus worden uitgelegd dat een kunststof opvangzak voor dialyse die speciaal is ontworpen om te worden gebruikt met een dialysemachine (kunstnier) en slechts op deze wijze kan worden gebruikt, tussen mei 2001 en december 2003 moest worden ingedeeld onder postonderverdeling 3926 90 99 van deze nomenclatuur als „kunststof en werken daarvan”, en dat een urineopvangzak van kunststof die speciaal is ontworpen om te worden gebruikt met een catheter en dus slechts op deze wijze kan worden gebruikt, voor dezelfde periode moest worden ingedeeld onder postonderverdeling 3926 90 99 van deze nomenclatuur als „kunststof en werken daarvan”.
ondertekeningen
* Procestaal: Deens.
Full & Egal Universal Law Academy