Arrest van het Hof (Achtste kamer) van 19 mei 2011 – Union Investment Privatfond/BHIM
(Zaak C‑308/10 P)
„Hogere voorziening – Gemeenschapsmerk – Oppositieprocedure –Verordening (EG) nr. 40/94 – Artikel 74, lid 2 – Bewijzen ter onderbouwing van oppositie niet binnen daartoe gestelde termijn overgelegd – Niet-inaanmerkingneming – Beoordelingsvrijheid van kamer van beroep”
Gemeenschapsmerk – Beroepsprocedure – Beroep tegen beslissing van oppositieafdeling van Bureau – Onderzoek door kamer van beroep – Omvang –Feiten en bewijzen ter onderbouwing van oppositie niet binnen daartoe gestelde termijn aangedragen – Inaanmerkingneming – Beoordelingsvrijheid van kamer van beroep (Verordening nr. 40/94 van de Raad, art. 74, lid 2) (cf. punten 42‑43)
Voorwerp
Hogere voorziening tegen het arrest van het Gerecht (Derde kamer) van 27 april 2010, Union Investment Privatfonds/BHIM – Unicre-Cartão International De Crédito, waarbij het Gerecht heeft verworpen het beroep ingesteld door de houder van de nationale beeldmerken UniFLEXIO, UniVARIO en UniZERO voor waren en diensten van de klassen 35 en 36 en strekkende tot vernietiging van de beslissing van de tweede kamer van beroep van het BHIM van 10 oktober 2006 houdende verwerping van het beroep tegen de afwijzing door de oppositieafdeling van de oppositie die rekwirante had ingesteld tegen de inschrijving van unibanco als gemeenschapsbeeldmerk voor waren van de klassen 36 en 38 – Onjuiste uitlegging van artikel 74, lid 2, van verordening (EG) nr. 40/94 – Beoordelingsvrijheid van de kamer van beroep ter zake van de niet binnen de daartoe gestelde termijn overgelegde bewijzen ter onderbouwing van de oppositie
Dictum
1)
De hogere voorziening wordt afgewezen.
2)
Union Investment Privatfonds GmbH wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy