Arrest van het Hof (Zesde kamer) van 3 februari 2011 – Commissie/België
(Zaak C‑391/10)
„Niet-nakoming – Richtlijn 2007/36/EG – Uitoefening van bepaalde rechten van aandeelhouders in beursgenoteerde vennootschappen – Ontbreken van volledige uitvoering binnen gestelde termijn”
Beroep wegens niet-nakoming – Onderzoek van gegrondheid door Hof – In aanmerking te nemen situatie – Situatie bij verstrijken van in met redenen omkleed advies gestelde termijn (Art. 258 VWEU; richtlijn 2007/36 van het Europees Parlement en de Raad) (cf. punten 8‑12)
Voorwerp
Niet-nakoming – Verzuim om binnen de gestelde termijn de bepalingen te hebben vastgesteld of meegedeeld die noodzakelijk zijn om te voldoen aan richtlijn 2007/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende de uitoefening van bepaalde rechten van aandeelhouders in beursgenoteerde vennootschappen (PB L 184, blz. 17)
Dictum
1)
Door niet binnen de gestelde termijn alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die noodzakelijk zijn om te voldoen aan richtlijn 2007/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende de uitoefening van bepaalde rechten van aandeelhouders in beursgenoteerde vennootschappen, is het Koninkrijk België de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.
2)
Het Koninkrijk België wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy