Arrest van het Hof (Zesde kamer) van 29 maart 2012 —
Commissie/Zweden
(Zaak C‑607/10)
„Niet-nakoming — Milieu — Richtlijn 2008/1/EG — Geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging — Vergunningvoorwaarden voor bestaande installaties — Verplichting ervoor te zorgen dat deze installaties overeenkomstig eisen van richtlijn worden geëxploiteerd”
Beroep wegens niet-nakoming — Onderzoek van gegrondheid door Hof — In aanmerking te nemen situatie — Situatie bij verstrijken van in met redenen omkleed advies gestelde termijn (Art. 258 VWEU) (cf. punt 23)
Voorwerp
Niet-nakoming — Schending van artikel 5, lid 1, van richtlijn 2008/1/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2008 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (PB L 24, blz. 8) — Vergunningvoorwaarden voor bestaande installaties — Verplichting ervoor te zorgen dat deze installaties overeenkomstig de eisen van de richtlijn worden geëxploiteerd
Dictum
1)
Het Koninkrijk Zweden is de krachtens artikel 5, lid 1, van richtlijn 2008/1/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2008 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (gecodificeerde versie) op hem rustende verplichtingen niet nagekomen, door niet maatregelen te treffen die noodzakelijk zijn om ervoor te zorgen dat de bevoegde autoriteiten, door middel van vergunningen overeenkomstig de artikelen 6 en 8 van die richtlijn, of op passende wijze door toetsing en, zo nodig, aanpassing van de voorwaarden, erop toezien dat de bestaande installaties worden geëxploiteerd overeenkomstig de eisen van de artikelen 3, 7, 9, 10, 13, 14, sub a en b, en 15, lid 2, van diezelfde richtlijn.
2)
Het Koninkrijk Zweden wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy