27.3.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 80/15
Hogere voorziening ingesteld op 14 januari 2010 door REWE-Zentral AG tegen het arrest van het Gerecht van eerste aanleg (Zesde kamer) van 11 november 2009 ín zaak T-150/08, REWE-Zentral AG/Bureau voor Harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) (BHIM), interveniënte: Aldi Einkauf GmbH & Co. OGH
(Zaak C-22/10 P)
2010/C 80/28
Procestaal: Duits
Partijen
Rekwirante: REWE-Zentral AG (vertegenwoordigers: M. Kinkeldey en A. Bognár, Rechtsanwälte)
Andere partijen in de procedure: Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen), Aldi Einkauf GmbH & Co. OGH
Conclusies
—
Het bestreden arrest van het Gerecht van eerste aanleg van 11 november 2009 vernietigen;
—
Verweerder verwijzen in de kosten van deze procedure en van de procedure voor het Gerecht.
Middelen en voornaamste argumenten
De onderhavige hogere voorziening is gericht tegen het arrest van het Gerecht van eerste aanleg waarbij dit heeft verworpen het beroep tot nietigverklaring ingesteld tegen de beslissing van de vierde kamer van beroep van het BHIM van 15 februari 2008, waarbij de inschrijving van het woordteken „CLINA” als gemeenschapsmerk is geweigerd. Het Gerecht heeft de beslissing van de kamer van beroep dat er gevaar voor verwarring met het oudere gemeenschapswoordmerk CLINAIR bestaat, bevestigd.
In hogere voorziening wordt schending van artikel 8, lid 1, sub b, van verordening (EG) nr. 40/94 van de Raad van 20 december 1993 inzake het gemeenschapsmerk aangevoerd.
Het Gerecht heeft bij de beoordeling van het gevaar voor verwarring ten onrechte niet alle relevante factoren volledig in de beschouwing betrokken. Door op rechtens onjuiste gronden aan te nemen dat er een sterke fonetische en visuele gelijkenis tussen de tegenover elkaar staande tekens bestaat, heeft het geoordeeld dat die gelijkenis niet kon worden geneutraliseerd door de conceptuele verschillen, hetgeen eveneens op een onjuiste rechtsopvatting berust. Voorts heeft het Gerecht het geringe onderscheidend vermogen van het oudere merk niet rechtens genoegzaam beoordeeld. Het Gerecht heeft in zoverre artikel 8, lid 1, sub b, van verordening nr. 40/94 onjuist toegepast en daarmee het gemeenschapsrecht geschonden.
Inzonderheid heeft het Gerecht onvoldoende in de beschouwing betrokken dat de te vergelijken tekens CLINAIR en CLINA wezenlijke, rechtens bij de beoordeling in aanmerking te nemen fonetische en visuele verschillen vertonen, en dat het oudere merk CLINAIR een eveneens rechtens bij de beoordeling te betrekken semantische inhoud heeft die bij het recentere merk geheel ontbreekt. Het Gerecht heeft voorts buiten beschouwing gelaten dat het bestanddeel „CLIN” duidelijk een zwak onderscheidend vermogen heeft en derhalve de globale indruk die het merk CLINAIR geeft, rechtens slechts zwak kan beïnvloeden. Om deze redenen wettigt het feit dat enkel dit element een punt van overeenstemming is, rechtens niet de conclusie dat er gevaar voor verwarring bestaat in de zin van artikel 8, lid 1, sub b, van de verordening, te meer daar de fonetische, visuele en conceptuele verschillen niet gering zijn.
Full & Egal Universal Law Academy