17.4.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 100/15
Beroep ingesteld op 14 januari 2010 — Europese Commissie/Portugese Republiek
(Zaak C-23/10)
2010/C 100/24
Procestaal: Portugees
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordiger: A. Caeiros)
Verwerende partij: Portugese Republiek.
Conclusies
—
vaststellen dat de Portugese Republiek de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens de artikelen 68 en volgende van verordening (EEG) nr. 2913/92 (1), artikel 290 bis van verordening (EEG) nr. 2454/93 (2) en bijlage 38 ter bij deze verordening en de artikelen 2, 6, 9, 10 en 11 van de verordeningen (EEG, Euratom) nr. 1552/89 (3) en (EG, Euratom) nr. 1150/2000 (4), doordat haar douaneautoriteiten stelselmatig aangiften voor het vrije verkeer van verse bananen hebben aanvaard, hoewel zij wisten of redelijkerwijs moesten weten dat het opgegeven gewicht niet met het werkelijke gewicht van de bananen overeenstemde, en de Portugese autoriteiten hebben geweigerd om de eigen middelen die overeenstemmen met de gederfde inkomsten en de verschuldigde verwijlintresten ter beschikking te stellen;
—
de Portugese Republiek verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Artikel 290 bis van verordening nr. 2454/93 bepaalt:
„Het onderzoek van bananen van GN-code 0803 00 19 om de nettomassa bij invoer te controleren dient betrekking te hebben op ten minste 10 % van het aantal aangiften voor het vrije verkeer, per jaar en per douanekantoor.
Het onderzoek van de bananen vindt plaats op het moment van het in het vrije verkeer brengen overeenkomstig de in bijlage 38 ter vastgestelde regels.”
Bijlage 38 ter luidt als volgt:
„1)
Voor de toepassing van artikel 290 bis stellen de douaneautoriteiten van het douanekantoor waarbij de aangifte voor het vrije verkeer van verse bananen wordt ingediend, de nettomassa vast door zich te baseren op een monster van verpakkingseenheden met bananen voor iedere soort verpakking en voor iedere oorsprong.
[…]”
Gelet op de communautaire wetgeving en met name op bovengenoemd artikel 290 bis en bijlage 38 ter bij verordening nr. 2454/93, die als zodanig van toepassing waren in de betrokken periode, kunnen de argumenten die de Portugese autoriteiten aanvoeren om het bedrag van de eigen middelen en de krachtens artikel 11 van verordening nr. 1150/2000 verschuldigde verwijlintresten niet ter beschikking te stellen niet worden aanvaard. Het staat buiten kijf dat artikel 290 bis en bijlage 38 ter volkomen duidelijk zijn met betrekking tot het gewicht dat als basis voor de toepassing van de douanerechten moet dienen.
Artikel 290 bis en bijlage 38 ter bepalen ondubbelzinnig dat in de aangiften voor het vrije verkeer van de bananen het „nettogewicht”, dat wil zeggen het „daadwerkelijke gewicht” van de bananen dient te worden opgegeven, zodat dit „daadwerkelijke gewicht” de basis dient te vormen voor de toepassing van de douanerechten.
De Commissie was niet verplicht om de invoerders in de serie C van het Publicatieblad van de Europese Unie aanwijzingen te verstrekken waaruit zij konden opmaken dat zij in de douaneaangifte geen gewicht van 18,14 kg of een forfaitair gemiddeld gewicht mochten invullen.
Aangezien artikel 290 bis en bijlage 38 duidelijk zijn over het gewicht dat voor de berekening van de douanerechten in aanmerking dient te worden genomen, konden de marktdeelnemers die zich gewoonlijk met de invoer van bananen bezighouden en die dus de wetgeving kennen die op deze activiteit van toepassing is, gemakkelijk weten dat de in te dienen douaneaangifte het „nettogewicht” dient te vermelden, dat wil zeggen het daadwerkelijke gewicht van de bananen en geen „commercieel” gewicht dat, zoals in de meeste gevallen is aangetoond, een fictief gewicht is.
De Portugese autoriteiten kunnen niet aanvoeren dat de Commissie tekort is geschoten in haar verplichting om de lidstaten te verwittigen naar aanleiding van de informatie die zij van de Italiaanse autoriteiten had ontvangen. De Portugese douaneautoriteiten, die bij het inklaren van de ingevoerde bananen ter plaatse aanwezig waren, hadden immers ongetwijfeld de mogelijkheid om — zonder enige informatie van de Commissie — vast te stellen dat de douaneaangiften niet met de werkelijkheid overeenstemden, aangezien het werkelijke gewicht in de meeste gevallen hoger was dan het opgegeven „standaardgewicht”. Het stond dus uitsluitend aan de Portugese autoriteiten om binnen de grenzen van hun actie- en controlebevoegdheid de juistheid van deze aangiften te controleren.
Volgens artikel 13 van het douanewetboek kunnen de douaneautoriteiten „alle controlemaatregelen nemen die zij voor de correcte toepassing van de douanewetgeving nodig achten”.
De Portugese autoriteiten wisten dat het bij de marktdeelnemers een gangbare praktijk was geworden om bij de indiening van douaneaangiften voor het vrije verkeer van bananen een commercieel gewicht van 18,14 kg per kist te vermelden.
In deze omstandigheden kunnen zij niet stellen dat zij krachtens artikel 290 bis slechts 10 % van de aangiften voor het vrije verkeer van bananen hoeven te onderzoeken.
De mogelijkheid voor de douaneautoriteiten om meer controles te verrichten dan het door artikel 290 bis vereiste minimumaantal van 10 % wordt — gelet op de noodzaak om de eigen middelen van de Gemeenschap doeltreffend te beschermen — een verplichting om extra controles te verrichten wanneer tijdens de uitgevoerde controles blijkt dat het risico bestaat dat onjuiste aangiften worden aanvaard.
Wanneer de douaneautoriteiten vaststellen dat het opgegeven gewicht niet met het werkelijke gewicht overeenstemt en dat het risico bestaat dat onjuiste aangiften worden aanvaard, mogen zij de aangifte voor het vrije verkeer van bananen niet aanvaarden zonder het gewicht te controleren, ook al is het minimale controlepercentage van 10 % reeds bereikt in het betrokken douanekantoor en in het betrokken referentiejaar.
De aangifte van het commerciële „standaardgewicht” volstaat op zich reeds om vragen te doen rijzen over de juistheid van het opgegeven gewicht en rechtvaardigt dus een controle door de douane met het oog op de bepaling van het werkelijke gewicht.
De lidstaten dienden krachtens artikel 8 van besluit 94/728/EG, Euratom (5) en op grond van hun verplichting tot inning van de eigen middelen van de Gemeenschap een passende infrastructuur op te zetten om de nodige controles te kunnen uitvoeren, teneinde ervoor te zorgen dat de voor het vrije verkeer ingevoerde bananen correct, dat wil zeggen op basis van hun werkelijke gewicht, worden ingeklaard.
De praktijk van de Portugese autoriteiten die erin bestond, stelselmatig en zonder enige controle douaneaangiften te aanvaarden, hoewel zij wisten of redelijkerwijs moesten weten dat het in de douaneaangifte opgegeven gewicht niet met het werkelijke gewicht van de ingevoerde bananen overeenstemde, alsook hun weigering om in te staan voor de financiële gevolgen hiervan voor de communautaire begroting, zijn in strijd met hun verplichting tot doeltreffende bescherming van de eigen middelen en met de rechtspraak van het Hof van Justitie.
(1) Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 302, blz. 1).
(2) Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 253, blz. 1).
(3) Verordening (EEG, Euratom) nr. 1552/89 van de Raad van 29 mei 1989 houdende toepassing van besluit 88/376/EEG, Euratom betreffende het stelsel van eigen middelen van de Gemeenschappen.
(4) Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 van de Raad van 22 mei 2000 houdende toepassing van besluit 94/728/EG, Euratom betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 130, blz. 1).
(5) Besluit 94/728/EG, Euratom van de Raad van 31 oktober 1994 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 293, blz. 9).
Full & Egal Universal Law Academy