17.4.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 100/18
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Varhoven Kasatsionen sad (Bulgarije) op 20 januari 2010 — Toni Georgiev Semerdzhiev/Del-Pi-Krasimira Mancheva
(Zaak C-32/10)
2010/C 100/28
Procestaal: Bulgaars
Verwijzende rechter
Varhoven Kasatsionen sad
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij
:
Toni Georgiev Semerdzhiev
Verwerende partijen
:
ET Del-Pi-Krasimira Mancheva
ZAD Bulstrad
Prejudiciële vragen
1)
Zijn de bepalingen van richtlijn 90/314/EEG op het onderhavige geval van toepassing [omissis]?
2)
Welke uitlegging moet worden gegeven aan het begrip „andere […] toeristische diensten” in artikel 2, punt 1, sub c, van richtlijn 90/314/EEG, en valt de verplichting van de organisator om de consument te verzekeren hieronder?
—
Welke risico’s moeten worden gedekt door de verzekeringsovereenkomst die tussen de organisator en de verzekeringsmaatschappij is afgesloten ten behoeve van de consument?
—
Welk type verzekering moet tussen de organisator en de verzekeringsmaatschappij ten gunste van de consument worden gesloten, een groepsverzekering voor alle deelnemers aan de pakketreis of een individuele verzekering voor ieder van hen?
3)
Moet de in artikel 4, lid 1, sub b, iv, van richtlijn 90/314/EEG bedoelde verplichting van de organisator om de consument vóór het begin van de reis te informeren over het facultatieve aangaan van een bijstandsovereenkomst die de repatriëringskosten bij ongeval dekt, aldus worden uitgelegd dat deze de verplichting voor de organisator omvat om met de consument een individuele verzekering af te sluiten die de repatriëringskosten bij ongeval dekt?
4)
Is de organisator krachtens het bepaalde in richtlijn 90/314/EEG verplicht om de consument vóór de reis het originele verzekeringsbewijs te overhandigen?
5)
Welke uitlegging moet worden gegeven aan het begrip „schade” in artikel 5, lid 2, van richtlijn 90/314/EEG, die de consument ondervindt ingevolge het niet of slecht uitvoeren van de overeenkomst?
6)
Omvat het begrip „schade” in artikel 5, lid 2, van richtlijn 90/314/EEG, die de consument ondervindt ingevolge het niet of slecht uitvoeren van de overeenkomst, tevens de aansprakelijkheid voor de door de consument geleden immateriële schade?
7)
Welke uitlegging moet worden gegeven aan artikel 5, lid 2, tweede en derde alinea, van richtlijn 90/314/EEG in geval van vorderingen ter vergoeding van immateriële schade op grond van lichamelijk letsel, die gebaseerd zijn op een niet of slecht uitvoeren van de prestatie uit de overeenkomst, waaronder het verzuim om de consument het originele verzekeringsbewijs te overhandigen, indien hierin niet wordt voorzien in een beperking van de schadevergoeding?
Full & Egal Universal Law Academy