27.3.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 80/21
Hogere voorziening ingesteld op 28 januari 2010 door Republiek Oostenrijk tegen het arrest van het Gerecht van eerste aanleg (Zesde kamer) van 18 november 2009 in zaak T-375/04, Scheucher-Fleisch GmbH e.a./Commissie van de Europese Gemeenschappen (e-mail 27.1.2010)
(Zaak C-47/10 P)
2010/C 80/36
Procestaal: Duits
Partijen
Rekwirante: Republiek Oostenrijk (vertegenwoordigers: E. Riedl, mandataris, M. Núnez-Müller en J. Dammann, Rechtsanwälte)
Andere partijen in de procedure: Scheucher-Fleisch GmbH, Tauernfleisch Vertriebs GmbH, Wech-Kärntner Truthahnverarbeitung GmbH, Wech-Geflügel GmbH, Johann Zsifkovics, Europese Commissie
Conclusies
1)
het arrest van het Gerecht van eerste aanleg van 18 november 2009 in zaak T-375/04 (Scheucher e.a./Commissie) volledig vernietigen;
2)
ten slotte uitspraak doen over de grond van de zaak en het beroep als ontoelaatbaar, of en in elk geval als ongegrond verwerpen;
3)
verzoekers in het hoofdgeding verwijzen in de kosten van de procedure in hogere voorziening en in die van de procedure in eerste aanleg in zaak T-375/04.
Middelen en voornaamste argumenten
Volgens rekwirante schendt het bestreden arrest artikel 263, lid 4, VWEU. Het Gerecht is eraan voorbijgegaan dat verzoekers in het hoofdgeding niet individueel of rechtstreeks door de bestreden beschikking van de Commissie worden geraakt. De bestreden beschikking tast hun marktpositie namelijk niet merkbaar aan; aangezien de verlening van steun telkens eveneens afhangt van een individuele beslissing van de bevoegde instanties, ondergaat rekwirante bovendien geen negatieve gevolgen in de concurrentie door de door de Commissie toegestane algemene sectorale steunregeling. Tot slot hebben verzoekers in het hoofdgeding niet het nodige procesbelang, aangezien de bestreden beschikking van de Commissie hen niet zelf ongunstig beïnvloedt.
Rekwirante is tevens van oordeel dat het bestreden arrest artikel 108, lid 2, VWEU schendt. Het Gerecht is uitgegaan van de onjuiste rechtsopvatting dat de Commissie gedurende de inleidende onderzoeksprocedure ernstige moeilijkheden ondervonden had bij de beoordeling van de litigieuze maatregelen en daarom genoodzaakt was de formele onderzoeksprocedure in te leiden.
Verder is rekwirante van oordeel dat het bestreden arrest eveneens de regels inzake de verdeling van de bewijslast schendt. Het Gerecht heeft de Commissie verplicht de formele onderzoeksprocedure in te leiden, hoewel verzoekers niet de nodige bewijselementen hadden voorgelegd van de aangevoerde aantasting.
Volgens rekwirante schendt het bestreden arrest bovendien artikel 81 van het reglement voor de procesvoering van het Gerecht, omdat het op tegenstrijdige gronden is gebaseerd.
Tot slot is rekwirante van oordeel dat het bestreden arrest eveneens artikel 64 van het reglement voor de procesvoering van het Gerecht schendt, omdat het Gerecht heeft nagelaten beslissende omstandigheden voor de uitspraak via maatregelen tot organisatie van de procesgang te controleren.
Full & Egal Universal Law Academy