17.4.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 100/26
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Conseil d’État (Frankrijk) op 3 februari 2010 in de zaken — Monsanto SAS, Monsanto Agriculture France SAS, Monsanto International SARL, Monsanto Technology LLC/Ministre de l’Agriculture et de la Pêche — Monsanto SAS, Monsanto Agriculture France SAS, Monsanto International SARL, Monsanto Europe SA/Ministre de l’Agriculture et de la Pêche — Association générale des producteurs de maïs (AGPM)/Ministre de l’Agriculture et de la Pêche — SCEA de Malaprade, SCEA Coutin, Jérôme Huard, Dominique Richer, EARL de Candelon, Bernard Mir, EARL des Menirs, Marie-Jeanne Darricau, GAEC de Commenian/Ministre de l’Agriculture et de la Pêche — Pioneer Génétique, Pioneer Semences/Ministre de l’Agriculture et de la Pêche — Syndicat des établissements de semences agréés pour les semences de maïs (SEPROMA)/Ministre de l’Agriculture et de la Pêche — Caussade Semences SA/Ministre de l’Agriculture et de la Pêche Société Limagrain Verneuil Holding/Ministre de l’Agriculture et de la Pêche — Société Maïsadour Semences/Ministre de l’Agriculture et de la Pêche — Ragt Semences SA/Ministre de l’Agriculture et de la Pêche — Euralis Semences SAS, Euralis Coop/Ministre de l’Agriculture et de la Pêche
((Zaak C-58/10) - (Zaak C-59/10) - (Zaak C-60/10) - (Zaak C-61/10) - (Zaak C-62/10) - (Zaak C-63/10) - (Zaak C-64/10) - (Zaak C-65/10) - (Zaak C-66/10) - (Zaak C-67/10) - (Zaak C-68/10))
2010/C 100/39
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Conseil d'État
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Monsanto SAS, Monsanto Agriculture France SAS, Monsanto International SARL, Monsanto Technology LLC (C-58/10), Monsanto SAS, Monsanto Agriculture France SAS, Monsanto International SARL, Monsanto Europe SA (C-59/10), Association générale des producteurs de maïs (AGPM) (C-60/10), SCEA de Malaprade, SCEA Coutin, Jérôme Huard, Dominique Richer, EARL de Candelon, Bernard Mir, EARL des Menirs, Marie-Jeanne Darricau, GAEC de Commenian (C-61/10), Pioneer Génétique, Pioneer Semences (C-62/10), Syndicat des établissements de semences agréés pour les semences de maïs (SEPROMA) (C-63/10), Caussade Semences SA (C-64/10), Société Limagrain Verneuil Holding (C-65/10), Société Maïsadour Semences (C-66/10), Ragt Semences SA (C-67/10), Euralis Semences SAS, Euralis Coop (C-68/10)
Verwerende partij: Ministre de l'Agriculture et de la Pêche
Prejudiciële vragen
1)
Wanneer een genetisch gemodificeerd organisme dat een diervoeder vormt, vóór de bekendmaking van verordening (EG) nr. 1829/2003 (1) in de handel is gebracht en deze vergunning krachtens artikel 20 van deze verordening is gehandhaafd, moet het betrokken product dan, voordat wordt beslist op de krachtens deze verordening in te dienen aanvraag voor een nieuwe vergunning, worden geacht te behoren tot de producten die worden genoemd in artikel 12 van richtlijn 2001/18/EG (2) (aangehaald in de motivering van de onderhavige beslissing) en valt in dat geval dit genetisch gemodificeerd organisme, wat de spoedmaatregelen betreft die na de verlening van de vergunning voor het in de handel brengen kunnen worden genomen, alleen onder artikel 34 van verordening (EG) nr. 1829/2003, of kunnen daarentegen dergelijke maatregelen door een lidstaat worden genomen op grond van artikel 23 van de richtlijn en de nationale omzettingsbepalingen ervan?
2)
Indien spoedmaatregelen alleen in het kader van artikel 34 van verordening (EG) nr. 1829/2003 kunnen worden genomen, kunnen de autoriteiten van een lidstaat dan, en zo ja onder welke voorwaarden, een maatregel als die van het bestreden besluit (3) van 5 december 2007 nemen uit hoofde van de beheersing van het risico in de zin van artikel 53 van verordening (EG) nr. 178/2002 (4) of van de tijdelijke beschermende maatregelen die een lidstaat op grond van artikel 54 van deze verordening kan nemen?
3)
Indien de autoriteiten van een lidstaat op grond van artikel 23 van richtlijn 2001/18/EG of artikel 34 van verordening (EG) nr. 1829/2003 of op grond van de ene en de andere rechtsgrondslag maatregelen kunnen nemen, doet het verzoekschrift de vraag rijzen, in het bijzonder gelet op het voorzorgsbeginsel, hoe streng de eisen zijn die worden gesteld door respectievelijk artikel 23 van de richtlijn, dat voor het nemen van spoedmaatregelen als het voorlopige verbod van gebruik van het product als voorwaarde stelt dat de lidstaat „duidelijke redenen heeft om aan te nemen dat een GGO […], gevaar oplevert voor […] het milieu”, en artikel 34 van de verordening, dat voor een dergelijke maatregel als voorwaarde stelt dat het product „waarschijnlijk een ernstig risico voor […] het milieu [blijkt in te houden]” ter zake van de identificatie van het risico, de beoordeling van de waarschijnlijkheid ervan en de beoordeling van de aard van de gevolgen ervan.
(1) Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (PB L 268, blz. 1).
(2) Richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 maart 2001 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu en tot intrekking van Richtlijn 90/220/EEG van de Raad (PB L 106, blz. 1).
(3) Arrest van 5 december 2007 in zaak C-58/10; arrest van 7 februari 2008, gewijzigd bij arrest van 13 februari 2008, in de zaken C-59/10-C-68/10.
(4) Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PB L 31, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy