22.5.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 134/18
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Oberste Berufungs- und Disziplinarkommission (Oostenrijk) op 23 februari 2010 — Gentcho Pavlov en Gregor Famira/Ausschuss der Rechtsanwaltskammer Wien
(Zaak C-101/10)
2010/C 134/28
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Oberste Berufungs- und Disziplinarkommission
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Gentcho Pavlov, Gregor Famira
Verwerende partij: Ausschuss der Rechtsanwaltskammer Wien
Prejudiciële vragen
1.
Moest artikel 38, lid 1, van de Europa-Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Bulgarije, anderzijds (1), gedurende de periode van 2 januari 2004 tot en met 31 december 2006 rechtstreeks worden toegepast in de procedure tot inschrijving van een Bulgaarse staatsburger op de lijst van advocaat-stagiairs?
Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord:
2.
Stond artikel 38, lid 1, van de Europa-Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Bulgarije, anderzijds, eraan in de weg dat § 30, leden 1 en 5, van de Oostenrijkse Rechtsanwaltsordnung, dat aan inschrijving onder meer de voorwaarde verbindt dat de aanvrager de Oostenrijkse nationaliteit of een daarmee gelijk te stellen nationaliteit heeft, is toegepast op de aanvraag die een bij een Oostenrijkse advocaat tewerkgestelde Bulgaarse staatsburger op 2 januari 2004 heeft ingediend om te worden ingeschreven op de lijst van Oostenrijkse advocaat-stagiairs en om een legitimatieoorkonde in de zin van § 15, lid 3, van de Oostenrijkse Rechtsanwaltsordnung te ontvangen, en dat de aanvraag alleen op grond van de nationaliteit is geweigerd, ook al waren de andere voorwaarden vervuld en was er een vestigings- en arbeidsvergunning voor Oostenrijk verleend?
(1) PB L 358 van 31.12.1994, blz. 3.
Full & Egal Universal Law Academy