22.5.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 134/19
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de High Court of Ireland (Ierland) op 24 februari 2010 — Patrick Kelly/National University of Ireland
(Zaak C-104/10)
2010/C 134/29
Procestaal: Engels
Verwijzende rechter
High Court of Ireland
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Patrick Kelly
Verwerende partij: National University of Ireland
Prejudiciële vragen
1.
Geeft artikel 4, lid 1, van richtlijn 97/80/EG (1) van de Raad een kandidaat voor een beroepsopleiding die meent dat hem de toegang tot die beroepsopleiding is ontzegd omdat het beginsel van gelijke behandeling niet ten aanzien van hem is toegepast, recht op inlichtingen over de respectieve kwalificaties van de andere kandidaten voor die cursus, in het bijzonder van de kandidaten aan wie de toegang tot de beroepsopleiding niet is ontzegd, zodat de kandidaat „voor de rechter of een andere bevoegde instantie feiten (kan) aanvoer(en) die directe of indirecte discriminatie kunnen doen vermoeden”?
2.
Geeft artikel 4 van richtlijn 76/207/EEG (2) van de Raad een kandidaat voor een beroepsopleiding die meent dat hem de toegang „op grond van dezelfde criteria” tot die beroepsopleiding is ontzegd en dat hij is gediscrimineerd „op grond van geslacht” wat betreft de toegang tot een beroepsopleiding, recht op inlichtingen over de respectieve kwalificaties van de andere kandidaten voor die cursus, in het bijzonder van de kandidaten aan wie de toegang tot de beroepsopleiding niet is ontzegd, welke inlichtingen in het bezit zijn van degene die de opleiding verstrekt?
3.
Geeft artikel 3 van richtlijn 2002/73/EG (3), dat „directe of indirecte discriminatie op grond van geslacht” verbiedt met betrekking tot de „toegang tot beroepsopleiding”, een kandidaat voor een beroepsopleiding die stelt te zijn gediscrimineerd „op grond van zijn of haar geslacht” wat betreft de toegang tot een beroepsopleiding, recht op inlichtingen over de respectieve kwalificaties van de andere kandidaten voor die cursus, in het bijzonder van de kandidaten aan wie de toegang tot de beroepsopleiding niet is ontzegd, welke inlichtingen in het bezit zijn van degene die de opleiding verstrekt?
4.
Is de aard van de verplichting krachtens artikel 267, derde alinea, VWEU in een lidstaat met een accusatoir rechtstelsel anders dan die in een lidstaat met een inquisitoir rechtstelsel, en zo ja, in welk opzicht?
5.
Kan een op grond van voornoemde richtlijnen eventueel bestaand recht op informatie worden aangetast door de werking van nationale of Europese regelingen betreffende de bescherming van de vertrouwelijkheid?
(1) Richtlijn 97/80/EG van de Raad van 15 december 1997 inzake de bewijslast in gevallen van discriminatie op grond van het geslacht (PB L 14, blz. 6).
(2) Richtlijn 76/207/EEG van de Raad van 9 februari 1976 betreffende de tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de toegang tot het arbeidsproces, de beroepsopleiding en de promotiekansen en ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden (PB L 39, blz. 40).
(3) Richtlijn 2002/73/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2002 tot wijziging van Richtlijn 76/207/EEG van de Raad betreffende de tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de toegang tot het arbeidsproces, de beroepsopleiding en de promotiekansen, en ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden (Voor de EER relevante tekst) (PB L 269, blz. 15).
Full & Egal Universal Law Academy