22.5.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 134/25
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Symvoulio tis Epikrateias (Consiglio di Stato) (Griekenland) op 11 maart 2010 — Naftiliaki Etaireia Thasou AE/Ypourgos Emporikis Naftilías
(Zaak C-128/10)
2010/C 134/38
Procestaal: Grieks
Verwijzende rechter
Symvoulio tis Epikrateias (Consiglio di Stato)
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Naftiliaki Etaireia Thasou AE (Società di navigazione di Thassos)
Verwerende partij: Ypourgos Emporikis Naftilías (Ministro della marina mercantile)
Prejudiciële vraag
Staan de artikelen 1, 2 en 4 van verordening (EEG) nr. 3577/92 van de Raad van 7 december 1992 houdende toepassing van het beginsel van het vrij verrichten van diensten op het zeevervoer binnen de lidstaten (cabotage in het zeevervoer) (PB L 364), uitgelegd in overeenstemming met het beginsel van het vrij verrichten van diensten, de vaststelling toe van een nationale regeling volgens welke reders slechts cabotagediensten kunnen verrichten na een voorafgaande administratieve vergunning, wanneer: a) dat vergunningstelsel beoogt controle mogelijk te maken of de door een reder opgegeven dienstregeling, gelet op de omstandigheden in een bepaalde haven, kan worden uitgevoerd in voor het schip veilige omstandigheden en zonder de orde in de haven te verstoren, en tevens of het in te zetten schip een bepaalde haven onbelemmerd kan binnenvaren op het tijdstip waarop de reder heeft opgegeven die bepaalde dienstregeling te willen uitvoeren, zonder dat echter vooraf in een rechtsregel de criteria zijn gespecificeerd aan de hand waarvan de minister deze kwesties zal beoordelen, met name in het geval dat meer dan één reder belangstelling heeft om op hetzelfde tijdstip dezelfde haven aan te doen; b) dit vergunningstelsel tegelijkertijd een middel is om openbare-dienstverplichtingen op te leggen en dienaangaande de volgende kenmerken vertoont: (i) het omvat, zonder enige uitzondering, alle diensten naar de eilanden, en (ii) het tot vergunningverlening bevoegde bestuursorgaan beschikt over een zeer ruime discretionaire bevoegdheid om openbare-dienstverplichtingen op te leggen, zonder dat vooraf in een rechtsregel de criteria voor de uitoefening van deze bevoegdheid zijn gespecificeerd en zonder dat vooraf de inhoud is bepaald van de openbare-dienstverplichtingen die kunnen worden opgelegd?
Full & Egal Universal Law Academy