22.5.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 134/28
Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Hoge Raad der Nederlanden op 17 maart 2010 — Prism Investments BV tegen J.A. van der Meer, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Arilco Holland BV
(Zaak C-139/10)
2010/C 134/43
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Hoge Raad der Nederlanden
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekster: Prism Investments BV
Verweerder: J.A. van der Meer, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van
Arilco Holland BV
Prejudiciële vragen
Verzet artikel 45 EEX-Verordening (1) zich ertegen dat de rechter die oordeelt over een rechtsmiddel, bedoeld in de artikelen 43 of 44 van die verordening, de verklaring van uitvoerbaarheid weigert of intrekt op een andere dan een in de artikelen 34 en 35 van de verordening genoemde grond die is aangevoerd tegen de tenuitvoerlegging van de uitvoerbaar verklaarde beslissing en die zich heeft voorgedaan nadat deze beslissing was gegeven, zoals de grond dat is voldaan aan die beslissing?
(1) Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke
bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en
handelszaken (PB 2001, L 12, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy